alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

zaterdag 27 november 2010

Vliegen in Kenia

Veel mensen hebben dezelfde droom. Voetjes van de vloer en Icarus achterna. Dat gebeurt overal, en hoewel vliegen een rijke lui's hobby lijkt is dat het niet. In Nederland zijn de zaken (te) goed geregeld. Iemand met de droom om te vliegen is de klos; die blijft zitten met zijn ambitie tenzij hij een van de happy few is en zijn kinderdroom waar kan maken.
In Afrika is dat anders, daar kan je wel een schuur vinden om een ding in elkaar te klussen, ligt er wel ergens een oude Nissan motor weg te rotten en is er wel een knollenveld om onder de radar te blijven.

Blijft wel dat het handig als je een beetje kennis van zaken hebt, een lasser met een diploma kent en iets langer nadenk dan alleen op je leeuwenmoed te vertrouwen.

toch wel een erg fijn Jip en Janneke apparaat, leuke kleuren ook.



maandag 22 november 2010

National Museum of Kampala... een les museologie

In een eerder leven werkte ik in Musea. In Amsterdam, Rotterdam en nog een paar plekken in NL runde ik met wisselend succes museumwinkels en later gaf ik boeken uit voor en met musea en maakte ik tentoonstellingen. Uiteindelijk werd ik zelfs een manager in een museum. Dat was in Jakarta en op Bali, dus volgens echte museum mensen geldt dat niet echt, en eigenlijk ben ik het er wel een beetje mee eens. Als TV en film producent werkte ik met verschillende culturele instellingen en zelfs ook met musea. Dat was kort geleden nog, maar een paar maanden terug.

Tentoonstellen is een van de meest basale manieren van kennisoverdracht; je pronkt wat met mooie spullen, plaatst dat ik een context waarin de bezoeker zich prettig voelt. Voor de echt geïnteresseerde doe je er tekstborden bij (de luistertoer en de digitale oprispingen zijn een multimediale aanpak van het tekstbordje) Uiteindelijk blijft het tentoonstellen een oud beroep; De verzamelaar laat zijn mooi opgepoetste kloten zien. Er zijn duizend opvattingen over museologie, maar in de kern blijft het neerkomen op het pronken met andermans veren. Misschien is tentoonstellingsmaken wel de ultieme vorm van toegepaste kunst. Het plaatsen van een lijst om een schilderij, het op een sokkel zetten van een beeld. Het mooi belichten van een zaal of hal en het drukken van een fijne catalogus. Alles ter meerdere glorie van De Werken.

Dan is er nog het bijzondere van de collectie zelf. Je moet een keuze maken: een kunstenaar, een tijd, een plaats, een bericht, een thema... allemaal mogelijkheden om tot een selectie te komen van de werken die in die lijst worden gehangen of op die sokkel worden geplaatst. Er zijn mensen wereldberoemd geworden om op het juiste moment de vinger aan de pols te hebben en te weten waarvoor de entreekaartjes gedrukt moesten worden.

(opmerking tussendoor: Vlak voordat ik naar Kenia ging was ik op de opening van de Alexander de grote tentoonstelling in de Hermitage. Nog nooit hoorde ik zoveel aardige dingen over mij gezegd worden: “Die Alexander was wel erg knap he”. “Goh, wat is die man reislustig geweest, maar echt geen toerist...” “Die Alexander heeft echt wel wat van zijn leven gemaakt”. Ik liet het mij graag aanleunen, jammer dat het zoveel oude vrouwen en gepocheerde nichten waren die dat zeiden...Afleiding afleiding.)

Vaak is het museumbezoek een van de leuke dingen als ik op reis ben. Het hoeft niet lang te duren, maar het geeft wel een fijn inkijkje in waar men trots op is, wat men voor het nageslacht behouden wil. Hoe men over bepaalde dingen nadenkt. Museologie komt dan vaak in een ultieme vorm naar boven. In Maleisië liet de Sultan van Kuala Terrenganu trots zijn golfballen zien in een protserig betonnen gebouw, ergens achterin een erker gingen ook wat prachtige batiklapjes, meer gat dan lap en klungelig op triplex plankjes genageld. In Pakistan bezocht ik een museum waar de vader van Kipling directeur was en waarover Kipling jr in ‘Kim’ schreef, er zou een collectie van porno miniaturen moeten zijn; pas nadat ik verklaarde geen moslim te zijn mocht ik die zien. Prachtige werkjes decent verstopt achter een gordijntje.

Het gaat mij niet om het bezoeken van merkwaardige musea (hoewel het Ensor museum in Oostende wel de ideale reden is voor een tochtje naar de Belgische kust) in het bezemmuseum zal je mij niet vinden, hoewel ik de antropologie niet schuw. Het gaat mij om het merkwaardige van die verzamelaar die een doel had, daar een gebouw omheen zette en vond dat anderen moesten betalen om er naar te kijken.

Vaak zie je een strijd, een strijd tegen het verval, een strijd van opvattingen en modes, of een strijd van tomeloze hebberigheid. De tentoonstellingsmakers doen net alsof er helemaal geen strijd was en als je daar dan toch doorheen kan kijken, dan is het interessant. Wat waren de reden om keuzes te maken.

Afgelopen week van ik in Uganda en een van de afspraken was afgezegd. Ineens had ik twee uur de tijd en liep mij bij het museum afzetten.

De portier en de kaartjes verkoper keken argwanend. Ja, ik wilde echt een kaartje. Ik gaf geld maar kraag geen kaartje. De kaartjes waren op. Ik denk dat de centjes niet bij de museumdirectie terecht gekomen zijn maar bij de portier en de kaartjesverkoper bleven hangen. Al jaren.

De locatie van het gebouw was prachtig. Uganda is gebouwd op vele heuvels en dit ding stond op een helling die vroeger net buiten de stad geweest moet zijn. Vanuit de tuin had je een prachtig zicht over de stad en het Lake Victoria daar achter.

Het gebouw zag er uit alsof het in de late jaren 60 gebouwd was, het exterieur althans. Het interieur kwam uit een eerder decennium. Er was een soort routing, maar die was niet duidelijk. Via de kaartjes en de tafel met boeken (met daarachter een dralerige ex collega van mij... zo heb ik er waarschijnlijk ook wel een bijgezeten als ik ’s morgens al wist dat ik tegen de avond nog niets verkocht zou hebben) kwam ik op een centraal plein. Daar vandaan liepen verschillende straten naar de windrichtingen. Straten klinkt wel chique, maar dat was het niet. Drie treden naar boven was een doodlopende straat; het leek alsof de tentoonstellingsschotten er even weggezet waren, wachtend op die volgende tentoonstelling; maar dat was niet zo, de hele geschiedenis van Uganda werd op volgetypte A4-tjes uit de doeken gedaan, aan het eind van de zaal stond een groot fotokopieerapparaat, model 450 uit 1985. Bij het fotocopierding moest je rechtsomkeert maken om dezelfde weg weer terug te lopen.

Op het ‘centrale plein’ kwam nu een school kinderen binnen. Mooie diepblauwe uniforms. Er was ook een juf (oud) en een juf (jong) . Die praatte met elkaar en lette niet op de kinderen. Dat hoefde ook niet was A; alles was childproof en stond achter glas en B, niets kon stuk, want het was allemaal al stuk.

De eerste straat was een beetje een tegenvaller de tweede beloofde diorama’s. Volgens mij is er geen een museum in de wereld dat nog diorama’s heeft. Van die nagebouwde landschappen waar je voorin, vlak bij het glas wat potten en scherven uit de grond ziet komen, op de oppervlakte staan stoffige grassen die de fauna van dat deel van de wereld vertegenwoordigen en iets verder staat een uitgehold en opgezet luipaard met vulsel dat uit zijn aars en oren komt. Het beest ziet er niet uit; de vormen kloppen niet; het lijkt meer een ezel met een verkeerde jas aan, een Tijgertje uit Winnie the Pooh, een knuffelbeest van de kermis in 1950. Verstoft en met een glimlach. Dat beest weet niet dat er een man met een speer anderhalve meter verderop staat. Als deze man in een westers museum zou staan zouden er belangengroepen opstaan om te vertellen dat het beledigend is een inheems volk zo uit te beelden. Het was een karikatuur van een neger. Op het achterdoek was een kraal met een kookpot geschilderd met daaromheen dansende zwarte mannen en vrouwen. Het was niet moeilijk je daar een Oad bus bij voor te stellen; de neger doet een neger na omdat de blanke toerist de getemde wilde mannen wil aanschouwen. Maar de Oad bus bestond nu uit een school blauwgeüniformeerde kinderen. Ze vergaapen zich. Ik hield een kort diepte interview met een paar kinderen en ze vertelde mij dat ze het prachtig vinden en er veel van geleerd hadden. Er waren nog een paar van dit soort regionale diorama’s. Allemaal even bijzonder.


Buiten was er nog een opstelling zoals in het Afrikamuseum in 1970. Strooien hutjes met linten voor de deur en binnen kookpotten, afgekloven botten en rieten manden. Het zag er uit alsof de misdadigers die deze puinhoop hadden achtergelaten al een paar maanden weg waren. Overal stonden bordjes bij met nummers, waardoor het leek alsof het politieonderzoek nog in volle gang was. Er was en tiental van deze hutten, allemaal bijna hetzelfde, het verschil was dat ze uit verschillende delen van het land kwamen en dus verschillende soorten gras op het dak hadden. Tjonge wat een rijke en gevarieerde cultuur.

Het laatste hutje in de rij was het openbare toilet; de kinderen renden daar keihard naar toe, voor het pissoir was een rij en ook hier kon ik de jongens vragen wat zij het leukste en bijzonderste vonden. Nu waren ze iets minder goed in het geven van het wenselijke antwoord: het voetbal veld; de busrit en dat ze niet naar school hoefden vandaag.


Dit museum bewijst dat het volslagen onnodig is om veel geld te pompen in museologische opvattingen. Gewoon recht voor zijn raap dingen laten dien, een context creëren en mensen, liefst gekleurde jongeren gratis naar binnen laten. Dan heb je hoge bezoekcijfers en je bedient alle minderheden. Maak er leuk bustochtje bij en iedereen is blij. Je voldoet ook nog eens aan de targets en je moet vooral niet te veel investeren in de presentatie; binnen 30 jaar is het allemaal weer heel hip.

Niet alleen op mij, maar ook op deze jongens had het National Museum of Uganda en onuitwisbare indruk gemaakt.

zondag 21 november 2010

een gewone week...

In de afgelopen weken heb ik niet zoveel geschreven, lijkt het. Maar schijn bedriegt, ik zat dagelijks achter mijn laptopje en schreef me een nekkramp. Op 8 november uploadde ik een laatste blogje een het duurde sommige lezers te lang voordat er een nieuwe kwam. Leuk te weten dat er van die lezende lezers zijn.
Die dingen die ik afgelopen dagen schreef waren allemaal saai en herhalend. Ongeschikt om op het wereldwijde web te zetten. Dat gevaar zit er nu weer in. Maar dat is misschien ook indicatief voor wat ik doe hier.

Na een landing in een ver vreemd land vallen er allemaal dingen op. Nu ben ik hier een paar weken en dreigt alles al normaal te worden. Het bijzondere zit ‘m niet in wat er te zien of te doen valt maar hoe het in het grote archief in mijn bolletje terecht komt. De lagen kennis en ervaring waar elke nieuwigheid zich doorheen moet laten filteren. Tien jaar geleden ging dat anders en tien dagen geleden ook. De nieuwe setting zet weer even alle luiken en deuren open, maar het lijkt haast een doel om die naïviteit zo snel mogelijk om zeep te helpen. Naïviteit staat gelijk aan dommigheid. Het is veel ‘beter’ om met een ervaren blik te kijken, dan door een roze bril. Het is geen keuze, maar het is wat me overkomt. Ik doe daar natuurlijk ook actief aan mee want ik voelde me verloren in deze stad zonder dat ik plekken kende en handgrepen had, zonder dat ik snapte waarom mensen dingen doen of juist laten. Toch is die naïviteit ook noodzakelijk om schijnbaar domme dingen te kunnen vragen. Als je denkt dat je alles weet kan je makkelijk in de valkuil van de aannames stappen en de grote Amsterdamse filosoof D. van der W. zei ooit: “Assumption is the mother of all fuck-ups.” Ook hierin had hij gelijk.

Mijn ogen en hersens raken gewend. Inmiddels verbaas ik mij niet meer over hoe de stad in elkaar zit en waarom er files zijn (sinds de onafhankelijkheid in 1963 zijn er 2 wegen bij gebouwd en maar een handjevol verbreedt terwijl het aantal auto’s wel enorm is toegenomen. Dan is er nog een factor ‘potholes’ en de factor ’rijstijl’ gecombineerd met corrupte politieagenten. Dan heb de alle ingrediënten voor een verkeersinfarct wel bij elkaar). Ik verwonder me minder over het feit dat de armen in dit land (veel) niet in opstand komen tegen de rijken (veel minder) en ik verwonder mij minder over de duizenden mensen die elke dag naar werk lopen of rennen. (fraai gezicht vanuit een auto).
De eerste aanblik daalt en is ingeklonken.
De tweede aanblik, iets dieper in de nerven van de samenleving, is minder spectaculair, het wordt duidelijker hoe weinig ik weet en het is minder visueel. Toen ik hier net was las ik vaak een krant, een locale krant wel te verstaan, maar ik snapte hem niet. Het leek te ingewikkeld geschreven, een soort Engels dat ik niet begreep (vol met raadselachtige afkortingen) en de journalistieke merites leek niet te bestaan uit beknoptheid en duidelijkheid, maar uit stofwolken en mystificaties. Daarbij komt het vaak voor dat er over een bepaald onderwerp in één editie van de krant 4 artikelen staan. Inmiddels snap ik dat nog steeds niet, het verbaast me niet meer, en ik kan wel het soort Engels plaatsen (maar begrijp het nog lang niet altijd) en weet ook nog niet hoe de redactionele vaardigheid van de hoofdredacteur in elkaar zit. Kijk, dat soort dingen is wel leuk om te merken, wel leuk om daar een opmerking over te maken, maar het is op zich vrij un-sexy. En zo’n krantenverhaal is maar een voorbeeld.

Sinds m’n laatse blog ben ik natuurlijk wel dagelijks aan het werk geweest, ben in twee dagen heen en weer geweest naar Uganda en heb daar met potentiële co-producenten voor ons programma gesproken. Met wie moeten we aan de slag? Een moeilijke keuze; de ene partij bestaat uit twee jonge jongens die al een aantal programma’s op tv hebben en die met slimme deals en zakelijk vernuft sponsoren aan zich hebben weten te binden. Ze opereren vanuit een discotheek, waar ’s middags om 3 uur mannen flessen whisky drinken en mevrouwen heel mooi zijn en daar gezellig bij kijken. De jongens willen graag met ons samenwerken en zullen beslist een eigen draai aan het format geven en er voor zorgen dat heel Uganda dit programma leuk vindt en het kent. De vraag is of wij wel een kantoor in een discotheek willen en of wij wel willen dat het format deuken gaat oplopen.
De andere partij zijn in en in serieuze mensen die radio maken en dat door het hele land doen, die het ethische van ‘goede journalistiek’ hoog in het vaandel hebben en die zorgvuldig formuleren, die alle valkuilen willen bespreken en die meteen aangaven dat het niet hun gewoonte is naar de pijpen van de adverteerders te dansen. Een niet onbelangrijk punt in deze: ze hebben nog nooit TV gemaakt.
Welke zou je nemen?
Ja, misschien toch de radio jongens, goede journalistiek is veel waard en de tv kennis kunnen wij wel brengen...
Of toch die disco boys? Misschien moeten we accepteren dat in ieder land het programma een eigen look en feel heeft; maar dat meteen al accepteren?

Dergelijke keuzes hangen de hele tijd in mijn hoofd; nu een short term werkvergunning? Of toch een permanente? De een adviseert het ene, de ander het andere... Dat gekloot met mijn appartement was een beetje hetzelfde: ik schreef daar al veel te vaak over: klein en lelijk, groot en duur, dichtbij werk; maar waar komt dat werk? Alleen of samen... die kogel is ten minste door de kerk: groot, mooi, kantoor aan huis, lekker ferm terras en voor vrij veel geld, maar dat wordt gecompenseerd doordat het ook een hotelfunctie voor het bedrijf krijgt. Nu die kogel door de kerk is en ik mensen hier vertel dat ik dat fijne Penthouse daar en daar ga betrekken zegt iedereen dat dat een van de beste appartementen van de stad is... is dat om mij het gevoel te geven een goede keuze gemaakt te hebben of is het en vaststaand feit. Geen idee, maar ik laat me graag complimenteren met deze keuze. Inmiddels wordt het geverfd en ben ik meubels aan het kopen.
Weer van die talloze keuzemomenten: Eigenlijk vind ik alles hier lelijk. Ik wil niet in lelijke dingen wonen. Liever geen bank dan een lelijke. Een dus heb ik de essentiële dingen langs de straat gekocht; tientallen houtwerkplaatsen. Hans, waar ik nog steeds in huis woon, waarschuwde; alleen dingen kopen die er al staan, dan kan je bepalen of het goed genoeg is; als je iets laat maken gaat het onherroepelijk fout. Dus liet ik iets maken en ging dat fout. Aanvankelijk fout; deze dingen zijn hersteld en voor een stevige stapel centen (de grootste flap is hier ca €10 dus dat is al snel een stapel) kocht ik twee bedden, twee (nood) tafels, 8 stoelen en vanmiddag kwamen allemaal zwetende mannen dat naar boven tillen. De volgende stappen komen de komende week: marassen, dekens, lakens, borden, pannen, fornuis, ijskast en dat soort handigheden.
Ondertussen hebben wij ons programma verkocht aan de beste broadcaster die wij ons wensten. (Best bekeken zowel in de stad als in de ommelanden) Als het gaat zoals we willen komen wij hier vanaf half januari op TV. Maar dan moet er nog wel het een en ander gebeuren. Natuurlijk is het een voorwaarde om een broadcaster te hebben, en het was noodzakelijk om aan die voorwaarde te voldoen voordat de volgende stappen gezet konden worden. Dat moet dan dus als een haas gebeuren. Het scheelt al te weten wát er allemaal moet gebeuren, maar ook hier zijn er eerste stapen en volgende stappen. Voor ons programma is het noodzakelijk dat wij een goede auto hebben. In Tanzania heeft F, toen ik hier nog lang niet was, samen met techneuten uit Tanzania en Nederland zijn tanden op stuk gebeten om de auto precies zo te maken dat het goed is. Om te voorkomen dat die exercitie weer helemaal opnieuw gedaan moet worden besloten wij precies dezelfde auto ook voor Kenia (en straks ook Uganda) aan te schaffen. Autos’ worden in dit land niet gemaakt, alle auto’s, op LandRovers na, komen uit Japan. Daar is een wet of regel die zegt dat auto’s van voor 2003 (en in januari van voor 2004) niet meer doorverkocht mogen worden. Die worden dus massaal op de boot gezet naar Oost Afrika. Het is een weekje of twee varen en dus kan je binnen 3 weken na je bestelling je auto ophalen in Mombasa of Dar es Salaam, de havensteden in de buurt. Dan doet de Keniaanse overheid er een heel stevige premie bovenop die gebaseerd is op de nieuw prijs; dat voorkomt dat er te oude barrels ingevoerd worden; daarvan zijn er wel genoeg hier. Dan is de auto uity de folder in Kenia en kan je rijden. Er zijn ook autohandelaren die voor eigen rekening een halve scheepslading auto’s deze kant op laten komen. Wij hadden die 3-4 weken niet om een auto te bestellen dus zijn wij de handelaren gaan afstruinen op zoek naar precies die ene auto met die bijzondere eigenschappen. In Nairobi zijn veel autohandelaren en ik ken ze nu bijna allemaal. De jongens op het kantoor in Dar zijn aldaar langs de winkels gereden en vonden er wel een paar bijna goede, maar voor heel erg veel geld. We hebben mensen aan het werk gezet in Mombasa om daar naar importeurs te gaan en de vragenlijstjes te overhandigen. Wonder boven wonder had iedere handelaar er wel een paar staan, maar steeds als wij kwamen kijken hadden ze toch weer een paar noodzakelijke dingen niet. Ik heb het gevoel dat we naar een naald in een hooiberg zoeken, maar dat kan eigenlijk niet want we hebben er al zo een. Ze bestaan echt, we weten het zeker. Die auto wordt elke dag gebruikt voor ons programma. Als we drie weken geleden die auto in Japan hadden besteld.... maar daar hebben we nu echt geen tijd meer voor.
Het is om moedeloos van te worden en uiteindelijk denk ik dat we voor een seconde best moeten gaan, een auto die niet te duur is, niet te veel kilometers heeft gereden, die makkelijk in te bouwen is, die airconditioning heeft die het goed doet, niet krankzinnig duur is en aan bijna al die eisen voldoet, maar misschien niet 100% is. Keuzes, keuzes en ik weet bijna zeker dat 2 dagen nadat we een auto gekocht hebben een van de talloze mannen die wij bij onze zoektocht hebben ingezet belt om te vertellen dat hij de perfecte auto voor ons heeft. Ik weet nu al dat ik dan die auto niet wil zien en ik heb nu al besloten dat die man een leugenaar, oplichter en flessentrekker is.
Komende week moeten wij een beslissing nemen omdat de tijd wel heel erg hard dringt.
Voordat we in januari op TV kunnen moeten we ook een paar adverteerders hebben.
Het regelen van adverteerders gaat hetzelfde als in Nederland. Een bedrijf opbellen en zeggen dat je nog een reclameblokje over hebt is niet de juiste methode. Dat gaat via via, in de week leggen, mensen in spanning houden, tipjes van sluiers, er voor zorgen dat ’ze er van gehoord hebben’. Het is een traject van opwarmen, opgeilen, inkleuren en uiteindelijk inkoppen. Maar aan de andere kant van de tafel zitten mensen die wel vaker iemand met een leuk plan hebben zien langskomen. Zij weten dat ze opgewreven en opgegeild worden, zij zijn die aandacht en de inspanningen gewend. Zij weten dat hoe aardig wij ook zijn en hoe fantastisch ons plan ook is er op een gegeven moment een cheque uitgeschreven moet worden. Ondanks de vriendelijke glimlach en de aardige woorden heerst toch de achterdocht en een gezond wantrouwen.
Waar het toe gaat leiden wordt de komende weken duidelijk. Het zou wel bijzonder zijn als het lukt om voordat we op TV komen, nog een paar grote dikke klanten binnen te halen. Het positieve is dat tot nu toe nog niet een van de partijen heeft gezegd dat ze het niet willen, het negatieve is dat er nog niet een volmondig ‘ja’ gezegd heeft en, dat is misschien wel het ergste, bij die besprekingen krijg je nooit een kopje koffie. Dat isbtoc wel een intense breuk met de Hollandsche traditie.
Voordat we in januari op TV komen moeten we ook nog een crew selecteren. De regisseur is al binnen. Hij is afgelopen week al in Dar es Salaam geweest om daar het klappen van de zweep te bekijken en is erg enthousiast terug gekomen. Hij mailde waslijsten van dingen die hij gedaan heeft en hij bibberde van opwinding over zijn taak en rol hier in Kenia.
Vanaf morgen is hij full time aan de slag om dit programma op te gaan bouwen. Hij heeft er zin in en dat is bijzonder. Geen scepsis en geen ironie, alleen maar enthousiasme.
Werk huis, stad, leven.. het zijn zo de ingrediënten van een bijna normaal bestaan.
Kenia mag dan geografisch, cultureel en emotioneel ver weg zijn, maar ik merk steeds dat het grosso modo het wel erg vergelijkbaar is. Veel werk met aardige mensen, sommigen doen wat ze zeggen, anderen niet, net als Nederland. TV maken is een intensief werkje, net als in Nederland. De kneepjes van het vak zijn lastig en the devil is in the detail, net als in Nederland. Je komt niet verder als je geen mensen kent, net als in NL. Mensen zijn aardig en geïnteresseerd, willen mee doen met een succesvol plan, dat is in Nederland ook niet anders. Het verschil zit um in het decor; wij hebben iets minder mensen langs de weg zonder benen die centen willen. Wij hebben weinig stammenstrijd tussen de Limburgers en de Friezen, wij hebben een taal die iedereen spreekt en kan lezen, bij ons werkt het internet bankieren iets makkelijker en wij hebben geen leeuwen in de achtertuin die dartele zabra’s verschalken (nou heb ik die hier ook nog niet gezien, maar ik weet dat ze er zijn). Iedereen wil dat zijn familie gezond is, iedereen wil dat de kinderen naar school gaan en het beter hebben dan zijzelf, iedereen heeft een pesthekel aan files, maar heeft geen keuze. Iedereen wil een stress free bestaan en wil ‘lekker leven’.

Hoe ver en hoe vreemd het allemaal ook moge klinken. Eigenlijk zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen in het dagelijks leven. Gewoon de dingen doen die je moet doen, uit je bed komen, computer aan, koffie drinken (hier wordt die door Marren gemaakt, maar straks in mijn appartement doe ik dat toch echt zelf) en aan de bak. Er zijn, presenteren, plannen maken, keuzes maken en goed nadenken en er voor zorgen dat er een prachtig programma komt en dat er uiteindelijk winst gemaakt wordt.

Voor mijzelf is het grote verschil dat ik niet de baas ben die de uiteindelijke verantwoordelijkheid heeft, maar een van de mensen uit een klein team. De verantwoordelijkheid voelt er niet minder om, maar de mogelijkheid te overleggen maakt het wel plezieriger. Het andere verschil is dat ik nooit zoveel kijkers had voor dingen die ik voor de Nederlandse TV maakte, als die wij hier hebben in Tanzania en hopelijk gaan krijgen in Kenya en Uganda.

Dat zijn in elk geval al dingen die het leven een stuk plezieriger maken.
Hup, dit verhaal verzenden en naar bed; morgen handdoeken kopen, internet aansluiten en die dikke adverteerder binnenslepen.

We’re not ducks on a canal, but steamers on an ocean....

maandag 8 november 2010

Skating in Kabul

Sometimes you come across things that are too nice to keep for yourself. It is not only the elegance and intensity with which it is made, but also the way it was shot and great editing. very nice.

SKATEISTAN: TO LIVE AND SKATE KABUL from Diesel New Voices on Vimeo.

zaterdag 6 november 2010

Landing in Kenya; house hunt (cont...)

Upon landing here in Kenya I encountered a few things that I did not particularly like.
There are many positive things to say about this country and although I am most of the time a sunshiny positive blind child some of the negative things were so in obvious that they couldn’t stay unmentioned; have to be blogged about.
Of course, I know that I went to a developing country and of course I know the majority of people have different concerns but still… some things were, and still are too strong not to rise and eyebrow. Sometimes it is just because I don’t understand it.

Upon landing here I went to stay with friends. Great guys who opened their guest room for me and that's a great stepping stone into the new world.
These friend have a nice house (understatement), great staff and all the comfort one could wish for.
They have a different income schedule than I have.
My stay with them is temporarily, I will have to find my own place. I thought I was one of the creative kind who could, with a little luck, a little networking and some smiles get a good place for an OK price.

Wrong!
OK prices in this town are for not OK places.
Not OK prices are for places where I’d like to stay.

For several days I went around with a driver and I saw some 40 apartments. Those of you who have read my dutch blogs have heard about this before, but still, I will do it over again. The point was (and is) I don’t know what I want amnd I hate that. bloody choices I have to make while I can not oversee the consequenses. Do I want a house with garden, an apartment with a terrace, just a small cheap nothing thing? Where? In Lavington, Hurlingham, Westends or all the way in Karen? Do I want to live on my own or with friends? Do I want an office space in the apartment or will I be working at the co-producing company? Do I want a nice house with a daily traffic jam or do I want to live easy and close by my work (and where will that be?)… thousands of possibilities and all with a price tag; either in money or in effort, either in comfort or in traffic.

Some years ago I was living in Asia and for quite some time I shared a house with friends. Actually guys I didn’t know too well but they became really good friends afterwards. We had a huge villa with a pool, some bedrooms, a living with a TV and a pool table, had staff and a fridge with food and plenty of drinks, a car park with practical and funny cars and a guard that kept his eyes closed and never saw at what state and with who you walked in. That place didn’t come cheap, but among 3 or 4 guys it was a bargain. That Jakarta experience is my standard.

I dreamt of getting into a place like that again, so through friends, colleagues and others I started asking around. I had a meeting with an old grumpy German journalist who smelled like beer at 4pm, had a meeting with a Ghanaian woman who was looking for a someone to share her (ugly) house with including the sharing of her bedroom. I went to see a Spanish diplomat, his apartment was tiny and expensive and it turned out that he was doing parties 4 nights a week…
I guess I have reached an age where people I would like to share houses with are either married with children or gay. The left overs are demanding drunks, desperate women and me.
The option of a shared house was not really realistic on this short notice, maybe later I come across that ideal partner to share with (or I ask the Jakarta gang to come to Kenya).

A house with a garden would be nice too. There are numerous placed like that, either recently built townhouses (too many smallish built on too little terrain but within an enclosed compound). These places don’t come cheap. €1200 monthly is a very good price. Often they are furnished and that is a good reason for the owner to ask for some €400 extra per month. Furniture is never your taste, and you will have to accept that. But it is quite hard to sit on a dirty sofa that is bigger than the living, with Persian print cushions, curtains in clashing colors and with dust collecting draperies on the wall, a dining table of the weirdest ironwork with unmatching chairs that must have been made by the 15th century blacksmith in Iceland. In the kitchen we find a collection of plates, cups, glasses and cutlery that doesn’t match, except for the ugliness and the bad design. Some of the places had bedlinen and towels too. That was never new, often used and seldom washed.
After a while I strated looking out for something in each interior, that one single thing in each house, that I wouldn’t like to throw away immediately. And I decided that it wouldn’t be a good idea pay any money to sit in a place where nothing is not ugly. Knowing myself I would start throwing away stuff and in the end having to pay for he replacement on top of the rent.
These furnished houses were not really inviting to start a new chapter in life.
Townhouses are supposed to be nice because there is a garden. Kenyans don’t like gardens. They like places to hang their laundry and they like places to put their barbeque, but I guess they don’t like to sit outdoors.
The houses are big considering the plots they’ve been built on. Every inch is used and the few small spots that have been left over are in the shade and not really to sit in. Sometimes there was this fruitless attempt to grow some grass, really can’t call it a lawn. It is raining every now and then and it’s all red mud.

A nice old house with a nice old garden? Sounds nice, doesn’t it.
The rent was not the problem, but it is the costs that come with it: Security companies know their business. They apply nice iron fences, electric wires, camera’s and supply Masaai or others guys who don’t care sitting by a gate all day and who don’t care not doing anything al day. (and seem not to be able to speak). Next to the security, a guy for the garden is indispensable. Stuff grows like crazy here and there is this great machete technique to shorten everything; slashing style. I don’t like gardening (except for the herbs and weeds that can be eaten).
It seems that I will be traveling quite a lot and therefore I don’t find it reasonable to have such expenses for a place that will sit empty a lot.
It would have been wonderful to share a place like this but not with a smelly German journalist, a partying Spaniard or a yearning Ghanaian.

What is left is the apartment. As I said before I saw some 40 of them. From very chique to plain East German quality. Here the same funny thing happens as with the townhouses. Too big on too little land. Shitty detailing and most of them have this smell of cheapness to it, which is not reflected in the price. (I think it would be a good idea to go into real estate development here; can’t be expensive to built). After having seen all these places I concluded that it wasn’t them who were funny, but me who is crazy. Of course, it all comes down to decorating the places; if an apartment is badly built you won’t feel or see it if it’s full with these Iranian rugs (not Persian), if you put up a lot of draping curtains up and if you can’t look around because you have to concentrate to eat and drink from badly designed glassed and plates.
In the end I saw 2 or 3 nice apartments. Nice wooden floors, nice terraces, nicely located, good and practical lay outs… I decided that I could see myself living there and wouldn’t be irritated and aggravated all day by bad design, wrong colors and tasteless interiors. I could see myself living there and even enjoying it.

Then the bargaining started. At least I thought it should.
These apartments are owned by rich people. They buy it as an investment and they want their money back, as soon as possible. I think that is a good economic principle. But if your apartment sits empty for a month or two, then you will need quite some time to cover up the loss; you could also give a nice discount to Alexander to get some rent. Immediately.
I think it might have something to do with transparency or with a funny local law, maybe a loss of face or I don’t know what, but my attempts to bargain didn’t really help. After I offered a considerably lower price then the owner wanted I didn’t hear anything anymore. Just silence on the other side of the line, just unanswered e-mails. I was hanging there, anxiously waiting, preparing for the next step in my new life. While thinking that we had just began with a long up and down calling of amounts and conditions, I was visualizing myself in that livingroom, imagining what kind of bed and towels would fit the rooms, checking nearby shopping malls for plates, glasses and cutlery (and finding out why everybody had the same ugly stuff; there is not too much choice), I went through all the scenes and dreams of living there, but there was no answer anymore. Dead lines.
Two apartments were gone because I thought the price could be lower. Me arrogant mzungu.

Now there is this one apartment left. It competes with all others because the terrace is so nice; it is really huge and has a great view. That terrace almost compensates a garden. The apartment is not too big, but quite practically designed. I can have an office at home and there is more then enough space to give shelter to friends and other guests. (with whom we can have nice terrace parties, when I went to look here there were empty champagne bottles everywhere, that partying comes with the house I guess, or did that German journalist live there before he went on a searching trip for a drinking mate?) I tried a bit on the bargaining and the price came down a bit, to my surprise.
Today I have received the contract. A very official piece op paper from a law firm. But in this paper it said that I have to rent if for at least a year. So I called he land lord, a lady with really high heels, and she answered saying that if I want if for that price, I have to put my signature for a longer term. Will I be biting the dust again? Hope not!
Tomorrow is Sunday and I will see if I can convince her that probably 12 month is a bit steep, but that 3 could.
Tonight I will dream and see myself sitting on that top floor terrace overlooking the city, smelling the nice flowers of the trees and seeing the birds of prey circle the trash dump on the other site of the road.

Then when I wake up I will decide that it could be very nice living there, but it is no way as nice as this house here, with this great garden, lovely staff. Every step I take will be less comfortable then where I am now. It’ll be hard to leave.

Landing in Kenya; house hunt (cont...)

Upon landing here in Kenya I encountered a few things that I did not particularly like.
There are many positive things to say about this country and although I am most of the time a sunshiny positive blind child some of the negative things were so in obvious that they couldn’t stay unmentioned; have to be blogged about.
Of course, I know that I went to a developing country and of course I know the majority of people have different concerns but still… some things were, and still are too strong not to rise and eyebrow. Sometimes it is just because I don’t understand it.

Upon landing here I went to stay with friends. Great guys who opened their guest room for me and that is a great stepping stone into the new world.
These friend have a nice house, great staff and all the comfort one could wish for.
They have a different income schedule than I have.
My stay with them is temporarily, I will have to find my own place and I thought I was one of the creative kind who could, with a little luck, a little networking and some smiles get a good place for an OK price.

Wrong!
OK prices in this town are for not OK places.
Not OK prices are for places where I’d like to stay.

For several days I went around with a driver and I saw some 40 apartments. Those who have read my dutch blogs have heard about this before, but still, I will do it over again. The point was (and is) I don’t know what I want. House with garden? An apartment with a terrace? Just a small cheap nothing thing? in Lavington, Hurlingham, Westends or all the way in Karen… on my own, with friends, with an office in the apartment or will I be working at the co-producing company? Do I want a nice house with a daily traffic jam or easy and close by my work (and where will that be?)… thousands of possibilities and all with a price tag; either in money or in effort, either in comfort or in traffic.

Some years ago I was living in Asia and for quite some time I shared a house with friends. Actually guys I didn’t know too well but they became really good friends afterwards. We had a huge villa with a pool, some bedrooms, a living with a TV and a pool table, had staff and a fridge with food and plenty of drinks, a car park with practical and funny cars and a guard that kept his eyes closed and never saw at what state and with who you walked in. That place didn’t come cheap, but among 3 or 4 guys it was a bargain. That Jakarta experience is my standard.

I dreamt of getting into a place like that again, so through friends, colleagues and others I started asking around. I had a meeting with an old grumpy German journalist who smelled like beer at 4pm, had a meeting with a Ghanaian woman who was looking for a someone to share her (ugly) house with including the sharing of her bedroom. I went to see a Spanish diplomat, his apartment was tiny and expensive and it turned out that he was doing parties 4 nights a week…
I guess I have reached an age where people I would like to share houses with are either married with children or gay. The left overs are demanding drunks, desperate women and me.
The option of a shared house was not really realistic on this short notice, maybe later I come across that ideal partner to share with (or I ask the Jakarta gang to come to Kenya).

A house with a garden would be nice too. There are numerous placed like that, either recently built townhouses (too many smallish built on too little terrain but within an enclosed compound). These places don’t come cheap. €1200 monthly is a very good price. Often they are furnished and that is a good reason for the owner to ask for some €400 extra per month. Furniture is never your taste, and you will have to accept that. But it is quite hard to sit on a dirty sofa that is bigger than the living, with Persian print cushions, curtains in clashing colors and with dust collecting draperies on the wall, a dining table of the weirdest ironwork with unmatching chairs that must have been made by the 15th century blacksmith in Iceland. In the kitchen we find a collection of plates, cups, glasses and cutlery that doesn’t match, except for the ugliness and the bad design. Some of the places had bedlinen and towels too. That was never new, often used and seldom washed.
After a while I strated looking out for something in each interior, that one single thing in each house, that I wouldn’t like to throw away immediately. And I decided that it wouldn’t be a good idea pay any money to sit in a place where nothing is not ugly. Knowing myself I would start throwing away stuff and in the end having to pay for he replacement on top of the rent.
These furnished houses were not really inviting to start a new chapter in life.
Townhouses are supposed to be nice because there is a garden. Kenyans don’t like gardens. They like places to hang their laundry and they like places to put their barbeque, but I guess they don’t like to sit outdoors.
The houses are big considering the plots they’ve been built on. Every inch is used and the few small spots that have been left over are in the shade and not really to sit in. Sometimes there was this fruitless attempt to grow some grass, really can’t call it a lawn. It is raining every now and then and it’s all red mud.

A nice old house with a nice old garden? Sounds nice, doesn’t it.
The rent was not the problem, but it is the costs that come with it: Security companies know their business. They apply nice iron fences, electric wires, camera’s and supply Masaai or others guys who don’t care sitting by a gate all day and who don’t care not doing anything al day. (and seem not to be able to speak). Next to the security, a guy for the garden is indispensable. Stuff grows like crazy here and there is this great machete technique to shorten everything; slashing style. I don’t like gardening (except for the herbs and weeds that can be eaten).
It seems that I will be traveling quite a lot and therefore I don’t find it reasonable to have such expenses for a place that will sit empty a lot.
It would have been wonderful to share a place like this but not with a smelly German journalist, a partying Spaniard or a yearning Ghanaian.

What is left is the apartment. As I said before I saw some 40 of them. From very chique to plain East German quality. Here the same funny thing happens as with the townhouses. Too big on too little land. Shitty detailing and most of them have this smell of cheapness to it, which is not reflected in the price. (I think it would be a good idea to go into real estate development here; can’t be expensive to built). After having seen all these places I concluded that it wasn’t them who were funny, but me who is crazy. Of course, it all comes down to decorating the places; if an apartment is badly built you won’t feel or see it if it’s full with these Iranian rugs (not Persian), if you put up a lot of draping curtains up and if you can’t look around because you have to concentrate to eat and drink from badly designed glassed and plates.
In the end I saw 2 or 3 nice apartments. Nice wooden floors, nice terraces, nicely located, good and practical lay outs… I decided that I could see myself living there and wouldn’t be irritated and aggravated all day by bad design, wrong colors and tasteless interiors. I could see myself living there and even enjoying it.

Then the bargaining started. At least I thought it should.
These apartments are owned by rich people. They buy it as an investment and they want their money back, as soon as possible. I think that is a good economic principle. But if your apartment sits empty for a month or two, then you will need quite some time to cover up the loss; you could also give a nice discount to Alexander to get some rent. Immediately.
I think it might have something to do with transparency or with a funny local law, maybe a loss of face or I don’t know what, but my attempts to bargain didn’t really help. After I offered a considerably lower price then the owner wanted I didn’t hear anything anymore. Just silence on the other side of the line, just unanswered e-mails. I was hanging there, anxiously waiting, preparing for the next step in my new life. While thinking that we had just began with a long up and down calling of amounts and conditions, I was visualizing myself in that livingroom, imagining what kind of bed and towels would fit the rooms, checking nearby shopping malls for plates, glasses and cutlery (and finding out why everybody had the same ugly stuff; there is not too much choice), I went through all the scenes and dreams of living there, but there was no answer anymore. Dead lines.
Two apartments were gone because I thought the price could be lower. Me arrogant mzungu.

Now there is this one apartment left. It competes with all others because the terrace is so nice; it is really huge and has a great view. That terrace almost compensates a garden. The apartment is not too big, but quite practically designed. I can have an office at home and there is more then enough space to give shelter to friends and other guests. (with whom we can have nice terrace parties, when I went to look here there were empty champagne bottles everywhere, that partying comes with the house I guess, or did that German journalist live there before he went on a searching trip for a drinking mate?) I tried a bit on the bargaining and the price came down a bit, to my surprise.
Today I have received the contract. A very official piece op paper from a law firm. But in this paper it said that I have to rent if for at least a year. So I called he land lord, a lady with really high heels, and she answered saying that if I want if for that price, I have to put my signature for a longer term. Will I be biting the dust again? Hope not!
Tomorrow is Sunday and I will see if I can convince her that probably 12 month is a bit steep, but that 3 could.
Tonight I will dream and see myself sitting on that top floor terrace overlooking the city, smelling the nice flowers of the trees and seeing the birds of prey circle the trash dump on the other site of the road.

Then when I wake up I will decide that it could be very nice living there, but it is no way as nice as this house here, with this great garden, lovely staff. Every step I take will be less comfortable then where I am now. It’ll be hard to leave.

vrijdag 5 november 2010

english... let's see

Since I am living abroad I think I should think of my international friends a bit more. Until now I have been blogging in Dutch only, but it would be wise to internationalize my blog.

A few days ago I was referring in this blog to the fact that Quality, indeed with a capital Q, is probably the most wanted ingredient to improve life.
All my life I have been scribbling in Dutch and if I suddenly change into English, I don’t know if (and how) I can guarantee the quality that I like seek. I know, the devil is in the detail and when writing in English I can not control all the small details. Gone are the tweezers picked words, the balanced choice of metaphors or the… yep, all other devils I care about.

In Dutch I try to choose my words carefully, in English I will just go for the meaning since the basket to choose from is smaller, my flexibility in that language less, just like the playfulness.The quality will go down, the number of people I can reach will go up. I hate to admid, but quantity wins over quality.

My long time friend Lies once said: ‘My English is pretty good, but there is just no word for ‘tuttelen’… that kind of pictures it.

I will internationalize, but not head over heals, every now and then some pieces in English… and I will keep a close eye on the statistics.
If I see any results, I will adept.

dinsdag 2 november 2010

kenya International film festival


Afgelopen week was het KIFF in Nairobi. Het Kenya International Film Festival. Ik heb het grotendeels gemist.
In het gebouw van de Alliance Française was de slotavond. Ergens op de uitnodiging stond ook het woord ‘Gala’, maar dat was een beetje weggemoffeld en dus stoorde niemand zich daar aan.

Ik was op tijd. De anderen niet. Het is ook onzinnig om al om 6 uur zo’n feestavond te beginnen. Dat vonden er meer en dus kwam iedereen op een tijd die hen beter beviel. Rond half 8 begon de zaal een beetje vol te lopen en om 8 uur kon er begonnen worden. Dat gaf mij de tijd om eens rustig te bekijken die er zoals op zo’n feestavond af komt. Ik denk dat ook in Venetie, in Cannes, in Hollywood en zelfs in Utrecht de massa die op zo’n slotavond af komt vakgenoten zijn. Ook hier. In dit geval was het opbeurend te zien dat de meerderheid van de mensen in de zaal (en eerder buiten voor de deur) onder de 30 jaar was. Als we hierop af moeten gaan, gaat Kenia een rijke toekomst tegemoet. Het zal in elk geval rijker zijn dan het verleden. Op filmgebied heeft Kenia weinig in de melk te brokkelen.
(Het enige land in Afrika dat een filmcultuur heeft is Nigeria, Nollywood moet de Afrikaanse tegenspeler van Holly en Bolly zijn. Ik heb ernstige twijfel over de internationale adaptatie van Nolly, maar de home market is al 154 miljoen mensen groot. Dat is toch 10 keer groter dan Nederland dus waarom zou je daar schamper over doen. In Zuid Afrika doen ze ook aan film, maar dat is meer productie voor de export).

De bezoekers die gedwee buiten stonden en wachtte totdat er iets ging gebeuren waren meer geïnteresseerd in mij dan in elkaar. Ik wilde vragen stellen voor mijn grondige onderzoek, maar zij wilden vragen stellen over mijn herkomst en wat ik daar deed. Eén meisje was vermetel. Zij vroeg ronduit: “Bent u regisseur?”. Nou kan je een vrij filosofisch antwoord op geven, maar ik bedacht het simpel te houden: “ik maak tv programma’s, ik ben producent.” Zij vroeg of ik ook scripts koop. “Nee, dat doe ik niet”. “Heeft u veel scrips gelezen?” “Ja vrij veel”. “Mag ik u mijn script sturen”. ”Ja, maar als ik het niet leuk vind dan lees ik het niet uit”. Ik moest toch net doen of ik een pief ben in deze markt; je wordt gedwongen in een rollenspel.
Het meisje was klein, jong, had een meisjesachtige bloemetjes jurk aan en een plastic bloem in ‘t haar. Ze keek schalks en ik antwoordde alsof ik met mijn kleine nichtje praatte, of ik haar niet helemaal serieus nam. Ik vroeg: “Heb je al veel geschreven?” “Best wel...”, zei ze, “...alleen maar scripts voor films en tv”. “En is er als een iets van je verfilmd of op tv geweest?” “Ja, wel eens, maar kleine dingen.” De tv stelt hier niet zo heel veel voor, de kwaliteit dan, maar het bereik kan wel erg groot zijn. Ik peilde haar nog eens en bedacht mij dat er ook in Nederland best heel succesvolle scriptschrijvers zijn die er tuttig uit zien, of zich meisjesachtig voor doen. “Hoeveel dingen heb je gemaakt?” “Ik heb een serie geschreven van 32 afleveringen voor tieners...” Mijn ogen werden groter. Ik wilde haar aanmoedigen maar zei per ongeluk: “Is that all...?”
Onverschrokken ging ze verder:”Ik werk nu aan een serie voor kleine kinderen, we maken een serie in Swahili en één in het Engels. En samen met de East African Community werk ik aan een speelfilm over een multiraciale band, die het gaat maken..."

Op het verkeerde been, lekker mis.

Deze dame is al gepokt en gemazeld. En in plaats van afstandelijk te zijn wilde ik nu heel graag haar scripts lezen, maar ik kon ‘t niet maken om ineens als een blad aan de boom te veranderen van strategie en een andere rol te gaan spelen. Zij bleef gelukkig op haar hakjes draaien en ik zei haar dat ik wel eens wat geregisseerd heb, dat ik heel benieuwd ben naar wat ze doet, maar dat er hier op het festival vast veel betere regisseurs rondlopen. Ik benadrukte dat ik graag wat zou lezen, en gaf mijn kaartje. Niets meer van d’r gehoord.

Zou zoiets nou ook in Nederland kunnen gebeuren of betrapte zij mij op onderschatting van vrouwen, Kenianen en/of jongeren?

De rest van de avond was van een bevestigende knulligheid. Het ministerie van informatie gaf een Life Time Achievement Award aan de vorige minister van informatie (Wij van Dreft adviseren Dreft) Een Belg kreeg 3 grote prijzen voor zijn film. (Later stond hij te dansen met het mooiste meisje van de avond en ik vroeg me af of dat een onderdeel van het prijzengeld was). Er werden nog en paar geïmproviseerde prijzen uitgereikt; de lulligste houten giraffe uit de toeristen winkel om de hoek werd in het leven geroepen als the Kenya Giraffe Award, en een uitgehold nijlpaard van de winkel er naast werd de Hippo Award. Ben vergeten waar die prijzen voor waren.

De jury bestond uit een drietal bijzondere dames, aangevuld met locale talenten. De drie dames waren alle drie even prachtig en nog leuk ook. De voorzitter van de jury was een Zuidafrikaanse van 36 jaar die in London professor African Film is, de secretaris een Canadese (32) die modern African Art doceert in Toronto en geen enkele moeite had met het opnoemen van een rijtje Afrikaanse namen. De derde was en Spaanse cultureel antropoloog met als specialisatie 3-rd world movie, aan de universiteit van Londen, expert in het werlk van Bunel. Deze drie dames, de lachten zich een kriek, struinen jaar in jaar uit de film festivals in Afrika af, kenden elkaar goed en gaven energie. Hun lol was duidelijk, maar hun missie was minstens zo duidelijk en hun oordeel in het juryrapport was hard: deze film krijgt de prijs omdat er niets beters is. Deze acteur krijgt een prijs, niet voor deze film, maar voor al zijn eerdere werk. Ze wisten waar ze het over hadden en stonden op het podium iedereen in de zaal aan te moedigen vooral beter hun best te doen en geen genoegen te nemen met het resultaat van de huidige inzendingen. Het waren power girls die op de juiste plek de juiste energie gaven.
Er volgde nog een tenenkrommende deel waar de jury niets mee te maken had en daarna mochten we weg.

Tijdens de rit veranderde de bestemming 3 keer en uiteindelijk zaten we in het verkeerde deel van het restaurant (de band stond zo’n beetje óp onze tafel). In de tijdspanne van 50 minuten kwamen de belangrijke gasten binnen. Blijkbaar was ik er daar ook een van, geen idee waarom. We aten pizza met hompjes lamsvlees dronken veel bier en gingen dansen met de band. Van Marokko tot Congo, van Senegal tot Zuid Afrika, de hits van het continent kwamen voorbij, iedereen werd lacherig van de drank, losjes van het dansen. De Belgische regisseur verliet de tent met het mooiste meisje en de directeur van het festival stond de hele tijd barbonnen te betalen.

Zo werd het een buitengewoon succesvol festival

(*) later begreep ik dat het het beste festival ooit was omdat niemand elkaar de hersens ingeslagen heeft. In eerdere jaren eindigde het festival altijd in een vechtpartij die nog maanden doorsudderde. Doordat de jury uit mooie, blanke, vrouwelijke experts bestond, kon niemand er bezwaar tegen maken.