alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

dinsdag 14 januari 2014

Ethiopië, mon amour

-->
spannende vue van Addis Abeba, vanuit de vertrekhal
In mijn nieuwe baan doen we zaken met voor mij weer heel nieuwe partijen. Een van hen is de African Union, een heel erg officieel overlegorgaan van alle Afrikaanse landen. Vergelijkbaar met de EU. Zij hebben hun hoofdkantoor in een prachtig nieuw gebouw in Addis Abeba in Ethiopië.
Mij werd gevraagd of ik, ter voorbereiding van een project bij hen langs wilde gaan.
Tuurlijk, nieuwe landen, immer dol op. En ook nog lekker inhoudelijk de lijnen uitzetten voor een nieuw ambitieus project.
De planning kwam wat ingewikkeld uit maar ijzer kan met handen gebogen worden. Dus ging ik vandaag voor een heen en weertje van Nairobi naar Addis.
Met Daan en Wouter doe ik een laf wedstrijdje wie in de meeste landen geweest is. Gisteren mailde ik hen het korte bericht: ‘morgen +1’

Een jaar of 8 geleden maakte ik in opdracht van de AVRO en van het Nederlands architectuur instituut (NAi) een  pilot voor een programma over Nederlandse Architectuur in het buitenland. De toenmalige directeur van het NAi, Aaron Betksy, zou het presenteren. Op dat moment werd de nieuwe Nederlandse Ambassade in Addis opgeleverd, een nogal spectaculair en bij voorbaat controversieel gebouw. En ik dacht dat het onwaarschijnlijk zou zijn om makkelijk nog eens in Ethiopië te komen, wat zou een mensch daar moeten, dus besloot ik als producent dat we die pilot daar moesten opnemen. Dan ko je nog eens ergens.
Ethiopië staat niet bekend als een buitengewoon open land voor journalisten, maar omdat de aanvraag voor de visa via het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gedaan werd kon ik mij niet voorstellen dat er veel gedoe zou zijn.
Totdat 2 verschillende kampen in Addis besloten stenen naar elkaar te gooien en wat bomen uit de grond te trekken. Over de hele wereld waren beelden te zien van brandende auto’s en boze gezichten.  Dat vond Ethiopië niet zo leuk.
Toevallig tegelijkertijd werd een medewerker van de Ethiopische Ambassade in Den Haag op straat aangehouden. Hij fietste en de politie vroeg wat er in de plastic zak aan zijn stuur zat. Hij zei “bom” en werd hard op straat geworpen en non-diplomatiek te verstaan gegeven mee te komen. Daarop riep hij dat hij een hoge pief was op de ambassade en toen was er een diplomatieke rel geboren.
mooie etalage op het vliegveld: onbereikbare koffie
Buitenlandse Zaken vroeg visa voor ons aan, maar die kregen we niet. De officiele reden die wij kregen was dat door ‘het gedoe’ in de stad het Ethiopische ministerie van Binnenlandse Zaken onze veiligheid niet kon garanderen. De aanvraag voor die visa duurde ons toch al veel te lang en een paar weken eerder hadden we al besloten dat Ethiopië en beetje te veel gedoe was, en we verlegden onze aandacht naar een ander buitengewoon gebouw. We draaiden een pilot bij El Mirador van MVRDV in Madrid. Het werd een puik filmpje en een leuke trip met Betsky. Hij werd kjort daarna directeur van het Museum in Cincinnati en de AVRO ging verder bezuinigen op cultuur en de serie kwam er dus nooit.

Vanmorgen stond ik om 5.30 uur op, voor de files uit reed ik naar het vliegveld. Was daar gapend vroeg en hing wat rond om de vlucht van 9.30 te nemen.
Om 11.30 kwam ik aan in Addis en om 12.30 was ik door de douane, om 13.30 zou ik die belangrijke vergadering hebben, om dan om 16.00 uur weer op het vliegveld te zijn en 20.00 uur weer thuis.
Tot en met de douane ging het goed. De douanier was een jongen in een flodderig shirt... ik maakte een praatje met hem over welke taxi ik moest nemen en hoeveel dat mocht kosten. Ik dankte hem en liep verder. Lichte spanning omdat ik een nieuw land ging betreden. Diezelfde jongen kwam achter mij aan en vroeg of ik ooit eerder in Ethiopie was. ‘Nee..’ ‘Loop effe mee’, zei hij… hij haalde er een stralende en vrolijke mevrouw met een hoofddoek bij en samen keken ze van mijn paspoort naar een beeldscherm, naar mijn paspoort. En liepen toen een hokje in. ‘No problem… never been here before?’ “Nee hoor nog nooit’. Of ik effe wilde wachten…

Uit het hokje kwam mijnheer 3 en ineens bedacht ik mij het bovenstaande verhaal. Ik was het helemaal vergeten. Maar eigenlijk wist ik ook niet precies wat er gebeurd was… Was ons een visum geweigerd? Hadden wij geen gebruik gemaakt van het visum wat wij ooit kregen? Is die aanvraag vriendelijk of onvriendelijk afgewezen?
De ene mijneer en de gehoofddoekte zag ik in een kamer linksboven met de rij orders beginnen. Ze habben van de baas de opdracht gekregen om uit te zoeken waarom ik op de zwarte lijst sta. De kast is vrij groot en ze begonnen klaarblijkelijk willekeurig te bladeren. Ik zag foto’s van allemaal duistere mannen in slechte fotokopieen en de mijnheer en mevrouw blijven door een raam zeggen “No problem… Never been here before?’ Ik zeg dat ik een afspraak heb bij de African Union en ik zie dat ze wat harder gaan bladeren.
Speld in hooiberg.
Op een gegeven moment boomt er een man het kantoor binnen, linnen pak, roze overhemd, gecoiffeerde snor. Hij kijkt naar mijn paspoort, ziet mij buiten het raam staan, hem wordt verteld dat ik graag even met hem wil spreken. Hij kijkt mij nog eens aan en schudt zijn hoofd en loopt de deur uit. Voor mij uit ‘t zicht.
Door het piepkleine raampje vraag is of dat de boss is… ‘jazeker’.
‘Kan ik nog even met hem babbelen?’ (onder het motto: Never accept a ‘no’ from someone how can not give you a ‘yes’) ‘Maybe later, after lunch..”
After lunch dan gaat mijn vliegtuig alweer bijna terug…
Ondertussen waggelt hij in zijn linnen pak achter mij langs, op weg naar z’n lunch. De actie mislukt al voordat hij begonnen is.
Het enige wat ik mij kan voorstellen is dat we toentertijd op een zwarte lijst terecht gekomen zijn. Voor mij was het een niemendallerig onbelangrijk dingetje. Voor de Ethiopiërs toentertijd blijkbaar niet… en als je eenmaal op zo’n lijst staat, zie er dan maar weer eens af te komen.  

Op een klungelige manier wordt het visum uit mijn paspoort gehaald, met moeite mag ik mijn
bruizend internetcafé op het vliegveld
afspraak bellen om te vertellen dat ik er niet ga zijn. Het voelt als dat een gesprek waar je recht op heb na je arrestatie.

Ik wandelde een verlaten vertrekhal in. Lege winkels, jaren 80 advertenties, een uitgestrekte steppe van gemiste kansen. Ik heb heel erg zin om die ebne verlaten schoonmaker een klap in zijn gezicht te geven.
Even skypte ik met het kantoor in Amsterdam. Ik kan er niets aan doen, maar toch geen goede beurt. Ik mail me suf met het kantoor in Nairobi… ik hoor door hun mails die jongens daar zachtjes lachen. Altijd hebben zij problemen de Schengen landen binnen te komen, nu is er eindelijk een Europeaan die een Afrikaans land niet in komt. Een vleugje lekker-puh en ik kan ze geen ongelijk geven. Ik voel me altijd onplezierig als ik hoor hoe lastig het is voor hen naar Europa te gaan.

de prachtige executive lounge op het vliegveld
Een mevrouw van de executive lounge vond me sneu en liet me binnen. Hier zit ik nu al 4 uur te werken en kopjes te drinken tussen mooie lege rode stoelen.

Dus voor de prijs van een ticket en een taxi heb ik vandaag en dagje kantoor gehouden op een heel origineel plekje: de executive lounge van het vliegveld van Addis Abeba. 

Ik heb Daan en Wouter net een foto van een lege vertrekhal gemaild met wederom een korte tekst: ‘mission failed.’

















zondag 5 januari 2014

back on track



Ooit had ik een compagnon. Ongeveer 2 levens geleden handelde ik in boeken en samen met Henstra had ik een winkel (Valeton & Henstra). Meestal zat Henstra nurks achter de kassa Javaanse Jongens te roken en was hij een somberend uithangbord van het bedrijf. ‘s Avond kwam hij meer tot leven, met een glas in de hand verruilde de dominee zijn territorium en werd hij filosoof wat hem niet minder dogmatisch maakte en zeker niet milder over hen die andere waarden en normen hadden.
De afgelopen weken dacht ik een aantal keer over Henstra na en met name over zijn stelling: ‘Ga nooit terug naar waar je vandaan komt’.

Jarenlang heb ik bij verhuizingen, carriere switches en andere life changing events gedacht aan de wijze woorden van wijlen Henstra. Zijn woorden waren de legitimering een dwaze angst in cirkels te bewegen; ik zette alleen stappen vooruit, dwangmatig om te blijven bewegen. Met gepaste regelmaat vergat ik daarbij mijn straatje schoon te vegen en te lang bij ‘het vorige’ te blijven stilstaan; nee, bewogen moet er…vooruit, met op de banier de woorden van Henstra.

Dat is nu anders geworden, althans op één front. Afgelopen najaar kreeg ik het verzoek na te willen denken over een baan in Kenia. Mijn eerste reactie was: ‘Nou nee, ben blij dat ik daar weg ben.’ Een paar weken later werd mij gevraagd er toch nog eens extra over na te denken en ik besprak ‘t met N. Na een korte en lichte aarzeling zei ze, met twee knuisten in de lucht: “Doen!”

Toen ik aan het eind van mijn eerste 2 jaar in Kenia overbodig werd bij de firma waar ik voor werkte vroeg ik me af wat ik zou gaan doen. Blijven of vertrekken. Ik had ooit bedacht een jaar of 5 in Nairobi te gaan wonen en gevoelsmatig zat mijn tijd er nog niet op. Maar sullig blijven hangen was geen goede optie en mijn plezierige appartement was te duur om aan te houden. Juist in de tijd kwamen Bertil en Adina in Nairobi wonen. Bertil ging voor een Nederlands mediabedrijf de vestiging in Nairobi opzetten. Zij zochten een huis en waren met 2 koffers aangekomen en ik had een appartement dat redelijk ingericht was; stoelen tafels bedden borden glazen messen ijskast fornuis handdoeken lakens. Alles was er en was redelijk nieuw. Zij namen huis en spullen over.
In de afgelopen twee jaar heeft Bertil hard gewerkt en heeft van een klein obscuur mediabedrijfje aan de rand van een verre slum in Nairobi een serieus bedrijf gemaakt met een lekker kantoor net naast het business district. Maar na twee jaar was zij tijd op. Bertil en Adina gingen terug naar Amsterdam en ze zochten een opvolger voor zijn werk.

In de afgelopen 4 jaar woonde ik er eerst 2 continu in Kenia, de laatste 2 jaar was ik er veel. Ik woonde in Berlijn, Amsterdam maar had ook een schuilhut bij lieve vrienden in Nairobi. In februari 2013 vond ik het welletjes met dat nomadische gedoe en besloot me weer in Amsterdam te vestigen. Dat ik de amsterdamse N had leren kennen versnelde mijn beslissing. Ik werkte daar met vrolijke zin aan een hand vol projecten en het zal geen toeval geweest zijn dat een aantal van die projecten in Kenia plaatsvonden. Ik vond dat een goede deal. Ik kon zo mijn Oost-Afrikaanse expertise te gelde maken en toch in Amsterdam wonen. Iedere keer als ik in Nairobi was kwam ik Bertil wel ergens tegen, in een café, op een borrel, of we dronken koffie samen.

In juli polste hij mij om zijn baan over te nemen, in september opnieuw. In oktober had ik gesprekken met de baas in Amsterdam en in november was ik op proef in Kenia aan het werk. Op 1 januari, 4 dagen geleden, vloog ik hier naartoe met 2 grote koffers Eind januari komt N. ook deze kant op. Van Bertil en Adina kon ik ook ‘mijn’ appartement weer terugnemen. Met mijn stoelen, tafels, laken en handdoeken.
De planten op het terras zijn groter geworden en er staat ineens een giraffe in huis, maar verder lijkt het alsof ik 2 jaar lang mijn ogen heb dichtgehouden, ze nu weer geopend heb en naadloos in dit leven terugkeer.

Henstra zei nooit terug te keren waar je vandaan komt en dit afgelopen weekend lijkt verdomd veel op weekenden die ik eerder had: Een heel rustige zondagochtend op het terras met koffie en een wevervogeltje die de nectar van een hybiscus opzuigt. Het is verzengend warm. Straks even naar een gym, dan naar het maandelijkse ‘blankets and wine’ festival, eten bij Stijn en dan redelijk vroeg naar bed.

Vanaf eind januari is het anders, dan komt N hier heen en woon ik officieel samen. Zij zal er voor zorgen dat deze tour in Nairobi heel anders wordt dan alle vorige rondes.
Morgen naar kantoor, en ook daar is het anders dan ooit tevoren. Het werk is anders dan wat ik ooit deed. Dat is ook iets heel erg nieuws (en dat is ook nog heel erg spannend en dus heel erg leuk).

Hoewel ik naadloos het vorige leven inschuif in het appartement en het ritme, is het toch wel radicaal verschillend. De sterren staan anders.
Zou Henstra het gehad hebben over een fysieke plaats of over een mentale plek?