alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

Posts tonen met het label Nairobi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nairobi. Alle posts tonen

zondag 18 mei 2014

Ik ben een hete aardappel



Onvrijwillige vakantie in Addis (deed II en eind)

Het is nu zaterdag. Ik zit op mijn kantoor in Nairobi en ik heb net het verhaal over mijn onvrijwillige vakantie in Addis ge-upload.

Dat verhaal schreef ik afgelopen zondag al en de afloop was toen nog onduidelijk. Ik vond het niet zo’n goed idee om die blog te uploaden terwijl ik nog in Ethiopië was.

Het werd me duidelijk dat Ethiopië een vrij uitgebreid netwerk van ‘agenten’, ‘stillen’ en ‘verklikkers’ heeft en dat die het leuk vinden van alles in computers te zetten en dat ze het niet zo belangrijk vinden de boel zo af en toe op te schonen.
Geen idee of ze ook Nederlandstalige blogjes gaan vertalen. Zou best kunnen. Ik hoop in dat geval dat ze ervan genieten en dat ze een klein beetje het gevoel voor luchtigheid kunnen waarderen.
Maar over het algemeen zijn veiligheidsdiensten niet erg goed in sarcasme, cynisme of korreltjes zout.

het Bole Vliegveld in Addis; dan weer druk, dan weer leeg
Op maandagochtend, afgelopen maandag dus, ging ik weer naar de NL ambassade, om 9 uur stond ik op de stoep en werd vriendelijk geholpen door een de dame van de consulaire afdeling. Aan de ene kant wilden zij een officieel ‘ding’ doen naar aanleiding van het feit dat mijn paspoort was ingenomen, maar mij leek het praktischer dat te gaan doen tegen de tijd dat ik mijn paspoort terug had. Uiteraard is het hun taak de dingen officieel te doen en zijn zij niet van het onderhands regelen in de baas z’n tijd. Niemand, dus ook geen vreemde overheden, mogen een paspoort innemen, het is gen eigendom van de houder, het is van de staat der Nederlanden en ik mag er alleen voor zorgen.

Op de ambassade hadden een paar weken geleden de chauffeur (die Armaic spreekt) met de ‘note verbale’ naar het ministerie gestuurd, daardoor werd de alexander-moet-van-een -lijst-af-actie iets officiëler. Dat hele verhaal staat uitgebreid in de vorige blog.

Toen ik op donderdagavond het land uit wilde liep de zaak vast. Door die officiële brief kon mijn zaak op het vliegveld niet ‘effe’ geregeld worden en moest de directeur van de immigratiedienst er iets van vinden. Het was middernacht en die lag te slapen, en dus moest ik wachten. Logisch.
Maandagochtend bij de ambassade leverde vooral op dat zij nog wisten van mijn zaak, en dat ik wist dat ze ermee bezig zijn (waren). Daarbij weet ik nu de gezichten van de dames die die ermee bezig zijn. Ik heb weinig invloed op de manier van doen en heb geen zicht op de stappen. Het enige dat ik weet is dat ik uiteindelijk van die lijst af wil omdat ik heel veel vaker naar Ethiopië wil, omdat daar mooie kansen liggen voor ons bedrijf. Op de ambassade wisten ze wel dat mijn paspoort nog steeds op het vliegveld lag en de grote oversteek naar het kantoor van de immigratiedienst nog niet gemaakt had. 
Maandag dus: Ik moest toch naar het vliegveld (6-de keer in 3 dagen) om te kijken of mijn tas er al was en wandelde (zonder tas) bij de immigratie langs. De mijnheer daar kende mijn zaak en vroeg aan zijn baas of ie mijn paspoort mocht teruggeven.
wachten wordt verlicht door top-macchiato, altijd en overal...
Ik wachtte een uurtje of 3 en babbelde met Russische helikopterpiloten (doordat ze een soort hansopje dragen van een zachte stof zagen ze er uit als gigantische paaskonijnen zonder muts en met een wodkakegel). Zij hadden een paar maanden met hun ‘heli’s’ in de woestijn gespeeld en hadden nu problemen om dat ding weer het land uit te krijgen. En bij de immigratiedienst waren ze benieuwd of er geen staatsgevaarlijk info op hun laptopjes en tablets stonden.  Ze zaten nu al twee dagen te wachten totdat de immigratiedienst alle familiefoto’s van alle apparaten bekeken had.  Dan kan ik me voorstellen dat je dan een klein slokje van het wonderwater uit je heuplflacon neemt.
Na verloop van tijd vertelde ik de ‘immigratiepief’ dat ik niet zo goed wist waar ik op zat te wachten. Ik wilde of mijn paspoort terug, of ik wilde dat het naar het immigratiekantoor ging. Mijn trouwe chauffeur Salomon stond buiten te smelten in zijn auto en ik kon best een paspoort, desnoods met een immigratiedienstmedewerker, meenemen naar het Black Lion gebouw.
De directeur van de immigratiedienst bleek nu niet bereikbaar, er waren telefoonproblemen of hij was even weg. Zachtjes vertelde de man dat ik woensdagmiddag moest terugkomen.
Er zonk iets in mijn schoenen, geen idee wat, maar het was een onprettig gevoel.
En meteen wees hij op de rug van een man in een pak die wegliep en zei: ‘Hij heeft je paspoort en hij gaat nu naar de immigratiedienst.’

Als een uitgeperste James Bond sprong ik op, wandelde schaduwend achter hem aan en bekeek naar welke auto hij liep, ondertussen belde ik Salomon, alsof Zorro zijn paard floot instructies voor te komen rijden en terwijl hij in zijn oude Corolla met gescheurd dashboard aan kwam draven, sprong ik er in en zei: “follow that car”.
De hitte van een paar uur eerder was aan het omslaan en vlak buiten het vliegveld begon ‘t te regenen en al snel bleek de Corolla nauwelijks opgewassen tegen de klotsende golven over het wegdek, de ruitenwissers boden nauwelijks verzet tegen de dikke droppels en Salomon vertelde: ‘this is serious rain, by the way.’ 

Ik had al zo’n indruk.
Na een half uurtje zette hij mij af bij het hoofdkantoor van de immigratie in het Black Lion gebouw, ik rende de trappen op en in de hal kwam ik de man tegen die mijn paspoort in zijn hand hield en het bij kamer 89 afleverde.

Inmiddels kan ik er luchtig over doen, maar op dat moment waren er nog maar 4 dingen echt duidelijk:

-       - ik had mijn paspoort niet, wel even voorbij zien flitsen, maar had het nog niet gevoeld. (en er zat inmiddels een stevig pakket papier in…)
-       - het was in handen van een niet erg aardige, en zeker geen transparante dienst die het niet erg vind als mensen op hem wachten.
-       - mij was verteld dat ik iets had gedaan dat niet mocht (niemand weet wat) en dat ik mij moest voorbereiden op mijn rechtszaak en dat die nog wel eens 2 maanden op zich kon laten wachten.
-       - de enige die mij kon helpen was de directeur van de immigratiedienst en die leek zich te verstoppen, veel belangrijker dingen te doen of misschien wel helemaal niet te bestaan.

Op zich waren dat allemaal ingrediënten die niet zorgen voor gerustheid en de enige die ik mij kon bedenken die die ongerustheid konden wegnemen waren mijn vrienden van de Ambassade, maar die zaten ook een beetje met deze zaak in hun maag; een short cut zou misschien weinig diplomatiek zijn en de ‘long haul’ leverde geen oplossing op korte termijn.

Na de Ambassade, de immigratie op het vliegveld, de immigratie in het Black Lion gebouw, opnieuw de ambassade en de Ethiopische ambassade in Brussel en in Nairobi wist ik wel dat er iets fout is, maar niet wat, weet niet waarom ik op een lijst sta en hoe ik er af kan komen.
deze mevrouw zat tegenover mij te wachten... dat kon ze erg goed
Ik weet alleen dat eigenlijk niemand iets weet en dat niemand weet wie mij helpen kan. Niemand heeft er zin in en niemand kan er iets mee… de hete aardappel wordt doorgeschoven. Ik ben een aardappel.

Na nog eens een middagje op het kantoor van de Black Lions werd ik rond half 4 echt kribbig. Er was niemand om tegen te klagen en het liep weer tegen sluitingstijd. Dus wandelde ik op goed geluk een kantoor binnen en zag per ongeluk mijn paspoort op dat buro liggen. Dus zei ik:
-Ha, ik kom dat paspoort halen.
-Wait ouside…
- Nou, ik ben al een tijdje outside aan het waiten en ik heb daar zo langzamerhand wel genoeg van. Kunt u mijn dan ten minste vertellen waarop ik dan wacht.
- Op de baas
- Ja, maar ik wacht al 4 dagen op de baas en ik heb niet het gevoel dat er veel beweging in zit. Ik wil heel graag met hem praten.
- Kom op woensdag terug
- Nou, ik vertel net dat ik al genoeg gewacht heb, en nu zegt u dat ik nog 2 dagen moet wachten… dat vind ik niet zo’n goed voorstel
- Talk to the boss
- Yes please,… Give me the boss
- The boss is not here
- Then why am I waiting?
- He will be here soon
- When is soon?
- He will be here at 4…
- Great!  now it is 5 to 4, can you book a meeting for me with the boss at 4?
en toen zei hij: “Ja”. De sukkel, mijn engel.

mijn nieuwe vriend, de immigratiedienst man
De andere mensen op zijn kantoor begonnen te lachen. Ik weet niet of ze mij uitlachten, om de situatie lachten of dat ze langzaam door hadden dat het een kafkaiaans rollenspel was dat ze overbekend voorkwam, maar waar ze niets aan konden doen.
Ik stak mijn hand uit en zei:
- Deal…geweldig, ik heb een afspraak met de baas om 4 uur, en eindelijk heb ik iemand gevonden waarmee ik echte duidelijke afspraken kan maken; geef me een hand…
Hij schudde mijn hand met een week glimlachje. Boeren met kiespijn bestaan ook in Ethiopië.
Ik ging weer buiten zijn kantoor op het spartaanse wachtbankje zitten en om kwart over 4 wandelde ik zijn kantoor weer binnen en zei:
- Ha, ik heb een afspraak met de baas, is ie er?
Mijn nieuwe vriend keek op van zijn patience spel en zei:
- no, he has not yet arrived…
- nou, dat is toch vreemd… hij heeft een afspraak met me en dan komt ie niet… heel merkwaardig.
- just wait outside
- nee, ik wacht niet meer outside.
- je moet de regels van dit land respecteren, u bent een gast.
En toen werd ik echt heel erg giftig… heel langzaam probeerde ik hem uit te leggen dat ik heel graag de regels van een land wil respecteren en dat ik mij graag wil gedragen, maar dat zij dan moeten uitleggen wat die regels zijn, en wat ik zoal fout heb gedaan. En ik legde hem uit dat het niet echt heel erg correct is om iemand niet de mogelijkheid te geven om naar huis te reizen als ie dat graag wil. Dat ik het niet zo’n goed idee vind als je mensen op bezoek krijgt, ze en paar dagen in een hotelkamer te laten zitten, dat ik het niet zo aardig vind om de bagage kwijt te maken, dat ik het onvriendelijk vind om geen duidelijke informatie te geven en dat ik, als ik bij mensen op bezoek ben, meestal wel iets te drinken aangeboden krijg.
- De baas komt er aan… zei hij.
De anderen in zijn kantoor lachten weer.

En twintig minuten later, ik zat netjes buiten zijn kantoor te wachten, riep hij mijn naam om door een soort interkommetje (ik zat werkelijk in mijn eentje aan de andere kant van de open deur).
Hij riep me binnen en ik was bereid te horen dat de baas nog 3 weken met vakantie was en dat ik moest wachten totdat hij van zijn Hadj of zijn tocht naar Israel, Rome of weet ik veel waar vandaan terug zou zijn. Maar mijn nieuwe vriend zei:
- schrijf op: Ik, Alexander Valeton ontvang mijn paspoort terug van ambtenaar 101 op het kantoor van de immigratie in Ethiopië, mijn paspoort is niet stuk en ik ben goed behandeld… en dan de datum en je handtekening.
Uiteraard deed ik dit met het gemak van de eerste de beste leugenaar, en vroeg of ik een fotootje mocht maken van dit waardevolle document. Dat mocht niet, of ik een foto mocht maken van mijn nieuwe vriend en mijn oude paspoort samen… dat mocht ook niet.

Tien minuten later stond ik buiten, chauffeur Salomon maakte een dansje en zei: ‘zie je wel dat Ethiopiërs aardig zijn’,  en we renden naar het ticketbureau van Ethiopian Airways om de eerste vlucht naar Nairobi te boeken.
3 uur later checkte ik in op het vliegveld;
Heel, heel kort werd daar moeilijk gedaan over het feit dat mijn visum reeds 4 dagen eerder voor de huidige exit was gestempeld (ik was immers al door de douane en werd toen terug geroepen, 4 dagen geleden). Ik vroeg om de baas en de baas keek om de hoek en zei: ‘ik ken deze zaak, laat maar gaan…’
En nog snel vroeg ik aan deze baas: “Wat was nou 't probleem en is dat nou opgelost”?
En hij zei: “de verwarring is ontstaan doordat er iemand anders is uit Nederland met precies dezelfde naam als jij, maar met een andere foto… dus is dat iemand anders. Maar die man die staat op onze ‘wanted’ lijst…”

Ik weet 100% zeker dat er geen andere Nederlander is met mijn naam en zeker niet van mijn leeftijd.

Ik ben een hete aardappel…en mensen verzinnen smoesjes.


----------------------

 stills uit het Black Lion gebouw:












 ---------------------

ik reed veel rond... wat auto-foto's:
















zondag 5 januari 2014

back on track



Ooit had ik een compagnon. Ongeveer 2 levens geleden handelde ik in boeken en samen met Henstra had ik een winkel (Valeton & Henstra). Meestal zat Henstra nurks achter de kassa Javaanse Jongens te roken en was hij een somberend uithangbord van het bedrijf. ‘s Avond kwam hij meer tot leven, met een glas in de hand verruilde de dominee zijn territorium en werd hij filosoof wat hem niet minder dogmatisch maakte en zeker niet milder over hen die andere waarden en normen hadden.
De afgelopen weken dacht ik een aantal keer over Henstra na en met name over zijn stelling: ‘Ga nooit terug naar waar je vandaan komt’.

Jarenlang heb ik bij verhuizingen, carriere switches en andere life changing events gedacht aan de wijze woorden van wijlen Henstra. Zijn woorden waren de legitimering een dwaze angst in cirkels te bewegen; ik zette alleen stappen vooruit, dwangmatig om te blijven bewegen. Met gepaste regelmaat vergat ik daarbij mijn straatje schoon te vegen en te lang bij ‘het vorige’ te blijven stilstaan; nee, bewogen moet er…vooruit, met op de banier de woorden van Henstra.

Dat is nu anders geworden, althans op één front. Afgelopen najaar kreeg ik het verzoek na te willen denken over een baan in Kenia. Mijn eerste reactie was: ‘Nou nee, ben blij dat ik daar weg ben.’ Een paar weken later werd mij gevraagd er toch nog eens extra over na te denken en ik besprak ‘t met N. Na een korte en lichte aarzeling zei ze, met twee knuisten in de lucht: “Doen!”

Toen ik aan het eind van mijn eerste 2 jaar in Kenia overbodig werd bij de firma waar ik voor werkte vroeg ik me af wat ik zou gaan doen. Blijven of vertrekken. Ik had ooit bedacht een jaar of 5 in Nairobi te gaan wonen en gevoelsmatig zat mijn tijd er nog niet op. Maar sullig blijven hangen was geen goede optie en mijn plezierige appartement was te duur om aan te houden. Juist in de tijd kwamen Bertil en Adina in Nairobi wonen. Bertil ging voor een Nederlands mediabedrijf de vestiging in Nairobi opzetten. Zij zochten een huis en waren met 2 koffers aangekomen en ik had een appartement dat redelijk ingericht was; stoelen tafels bedden borden glazen messen ijskast fornuis handdoeken lakens. Alles was er en was redelijk nieuw. Zij namen huis en spullen over.
In de afgelopen twee jaar heeft Bertil hard gewerkt en heeft van een klein obscuur mediabedrijfje aan de rand van een verre slum in Nairobi een serieus bedrijf gemaakt met een lekker kantoor net naast het business district. Maar na twee jaar was zij tijd op. Bertil en Adina gingen terug naar Amsterdam en ze zochten een opvolger voor zijn werk.

In de afgelopen 4 jaar woonde ik er eerst 2 continu in Kenia, de laatste 2 jaar was ik er veel. Ik woonde in Berlijn, Amsterdam maar had ook een schuilhut bij lieve vrienden in Nairobi. In februari 2013 vond ik het welletjes met dat nomadische gedoe en besloot me weer in Amsterdam te vestigen. Dat ik de amsterdamse N had leren kennen versnelde mijn beslissing. Ik werkte daar met vrolijke zin aan een hand vol projecten en het zal geen toeval geweest zijn dat een aantal van die projecten in Kenia plaatsvonden. Ik vond dat een goede deal. Ik kon zo mijn Oost-Afrikaanse expertise te gelde maken en toch in Amsterdam wonen. Iedere keer als ik in Nairobi was kwam ik Bertil wel ergens tegen, in een café, op een borrel, of we dronken koffie samen.

In juli polste hij mij om zijn baan over te nemen, in september opnieuw. In oktober had ik gesprekken met de baas in Amsterdam en in november was ik op proef in Kenia aan het werk. Op 1 januari, 4 dagen geleden, vloog ik hier naartoe met 2 grote koffers Eind januari komt N. ook deze kant op. Van Bertil en Adina kon ik ook ‘mijn’ appartement weer terugnemen. Met mijn stoelen, tafels, laken en handdoeken.
De planten op het terras zijn groter geworden en er staat ineens een giraffe in huis, maar verder lijkt het alsof ik 2 jaar lang mijn ogen heb dichtgehouden, ze nu weer geopend heb en naadloos in dit leven terugkeer.

Henstra zei nooit terug te keren waar je vandaan komt en dit afgelopen weekend lijkt verdomd veel op weekenden die ik eerder had: Een heel rustige zondagochtend op het terras met koffie en een wevervogeltje die de nectar van een hybiscus opzuigt. Het is verzengend warm. Straks even naar een gym, dan naar het maandelijkse ‘blankets and wine’ festival, eten bij Stijn en dan redelijk vroeg naar bed.

Vanaf eind januari is het anders, dan komt N hier heen en woon ik officieel samen. Zij zal er voor zorgen dat deze tour in Nairobi heel anders wordt dan alle vorige rondes.
Morgen naar kantoor, en ook daar is het anders dan ooit tevoren. Het werk is anders dan wat ik ooit deed. Dat is ook iets heel erg nieuws (en dat is ook nog heel erg spannend en dus heel erg leuk).

Hoewel ik naadloos het vorige leven inschuif in het appartement en het ritme, is het toch wel radicaal verschillend. De sterren staan anders.
Zou Henstra het gehad hebben over een fysieke plaats of over een mentale plek?




zondag 2 december 2012

Waarheid, geklooi, kunst en hobbyisme




Voor een productiemaatschappij ben ik bezig een documentaire te researchen over ‘de waarheid’. Voornamelijk over de waarheid op het internet en de veranderende omstandigheden omdat iedereen verschillende identiteiten kan aannemen en dan zelfs met weer een andere identiteit zichzelf kan tegenspreken. het is een fijn onderwerp, nogal weerbarstig ook. Hoe meer informatie er is hoe diffuser de waarheid wordt terwijl een duidelijke concrete en in basalt uitgehouwen waarheid de ruggengraat is van ons systeem. De waarheid is een hulpmiddel bij het beoordelen van goed en slecht.l
Het vinden van de Waarheid, is de taak van de journalisten, de rechters en de moeders (en hoeders) van onze cultuur. Het streven naar de Waarheid is de onderlegger van de manier waarop wij met elkaar omgaan.

Toen ik ooit in Azie woonde werd ik er gek van dat nooit iets echt duidelijk was; alles was op los zand gebaseerd, afspraken waren vloeibaar en vaag. Totdat ik er achter kwam dat de waarheid daar niet zo belangrijk is, maar dat het gaat om de interpretatie van de waarheid.
Ik zit nu in Afrika en dat zit er een beetje tussen is. Het koloniale systeem heeft een duidelijk juridisch bewustzijn gecreëerd. Dat is een richtlijn die overigens door corruptie weer geen cent waard is.

Afgelopen dagen las en hoorde ik een aantal interviews met Europese kunstenaars, muzikanten en schrijvers. Op een éen of andere manier ging dat steeds over echtheid. Echtheid is net zo’n vaag begrip als de waarheid. Wanneer wordt iets kunst, wat is de scheidslijn tussen hobbyisme en Grote Kunst.
Afgelopen week was ik naar een pianoconcert en de pianist, geen professional, had nogal hoog gegrepen. Alle lof voor zijn ambitie. Hij deed een pianoconcert van Rachmaninov en hij ramde in een sneltreinvaart alle noten er uit, het orkest sukkelde achter hem aan. Mijn vriend H merkte fijntjes op: “Hij speelde wel alle noten, maar vergat er muziek van te maken”. De spijker op z’n kop. Vandaag ben ik naar een galerie geweest, een nieuwe plek in Nairobi. Al die nieuwe appartementen voor de hogere middenklasse moeten behangen worden met kunst. Een groeimarkt. De Kenianen die daar rond liepen vonden het allemaal prachtig en de werken werden fiks verkocht. Ik vond het allemaal tenenkrommend. Het waren plaatjes van landschapjes en mensen door de oogharen gezien. Er was geen visie, geen bericht, geen mogelijkheid voor interpretatie. Het was ‘schön gepinselt” meer het werd maar geen kunst.

Ik ben opgegroeid met musea, concertzalen, galeries en een platencollectie. Door het internet en de duizenden sites die over moderne kunst gaan, kan je op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en vrijelijk lekker plaatjes kijken. Met een bescheiden CD collectie en Spotify kan je de beste uitvoeringen altijd overal horen. Na het Rachmaninov concert heb ik ‘even’ drie maestro’s gehoord die hetzelfde stuk speelden. Het verschil tussen ‘noten spelen’ en ‘muziek maken’ was evident. Na de tentoonstelling ben ik gaan browsen en vond interessante moderne Afrikaanse kunst.

Het is cru om hobbyisten te veroordelen en leerlingen moeten leren.
Het is flauw om de vegelijking te maken met de maestro’s van de penseel en de tonen. Maar wat je ziet of hoort plaats je onwillekeurig toch in een referentiekader.
Het objectieve verschil tussen hobby en kunst bestaat niet.
De waarheid, de echtheid, de puurheid en de oprechtheid kan je niet zien, kan je niet horen, maar je voelt het weldegelijk.
De moeite, het ambacht en de toewijding maken van een plaatje nog geen kunst, van veel noten nog geen muziek. (Hoewel het wel een voorwaarde is).

Wat dat betreft is het in de hele wereld als in Azië en Afrika: het verschil tussen goed en slecht kan alleen maar een interpretatie zijn. En dan gaat het er dus om dat je een eigen, op opvoeding, kennis en ervaring, gebaseerd netwerkje maakt van ingrediënten om te bepalen wat je zelf wel en niet goed vindt. En die waarheid, die je voor jezelf maakt moet weer vloeiend en flexibel zijn, want anders is ie weer van basalt en daarmee oninteressant.

En dan de vraag of de context van de maker daarin belangrijk is.
Nou, nee… maar dat is weer een heel andere discussie.




maandag 8 oktober 2012

sunday in the garden




Last Sunday I was cooking...
Indonesian food takes quite long.
Rendang needs to simmer for hours and so
I had time to walk in the garden

and play with my phone and a new set of lenses.
The result was quite interesting,
couldn't manipulate the colors or the focus points,
and it became spooky and nice.
I quite like it.


zaterdag 7 juli 2012

rennen tussen de leeuwen: lewa marathon







Ongeveer een jaar geleden was ik in Lewa om daar meisje S haar kuiten te masseren. Zij ging een halve marathon lopen en ik niet, en dus mocht ik in haar knijpen na afloop. Vorig jaar reed ik er heen in mijn appeltjes groene Mercedes en die hield niet zo erg van kuilen en gaten in de weg maar hij klaagde niet. Het stond wel prachtig.

Lewa is ongeveer 4 uur rijden van Nairobi. Neem de weg naar het noorden en hou Mount Kenya aan je rechter hand, neem de juiste afslag en dan kan je het Nationale Park binnen tuffen.

Die marathon is een ‘big event’ hier in Kenya. Niet alleen omdat het door een van de grootste bedrijven (Safaricom) gesponsord wordt, ook omdat het de enige marathon in Kenya is waarvoor de renners meedoen in het internationale punten systeem. Dat is nogal belangrijk want er zijn vrij veel renners in Kenya die internationaal opereren (de hele wereldtop is Kenyaan… grofweg) en dit is dus hun enige ‘thuiswedstrijd’. Daarbij is het een feestje waarbij de buitenlanders in Kenya en de witte Kenyanen zich kunnen laten gelden. Het beeld is niet zo moeilijk in worden onder te brengen; landrovers en landcruisers met een heleboel snufjes, danktenten, katrolletjes voor een douche in een boom… een uitstalling van hebbedingen die je nooit gebruiken kan.
Doordat het evenement gesponsord wordt door grote bedrijven doen ook die werknemers al dan niet verplicht mee. Het is een fijn gemixt zootje van blank en zwart en van fanatiekelingen en hobbyisten. Het is goed georganiseerd, in tegenstelling tot een paar andere marathons hier in de regio.

Er hingen helikopters in de lucht om de wilde beesten weg te jagen en ik moedigde S aan bij spectator point 2 en 4. Nadat die marathon klaar was en letterlijk het stof weer was neergedaald reden wij met de appeltjes groene Mercedes verder het park in en zagen kraanvogels, een neushoorn, twee cheeta’s en een grote loopvogel die mij altijd aan Paul Haenen doet denken (deze vogel heet een Buster… vandaar) en een trosje olifanten in de verte nog nadampend van woede omdat ze van de helicopters niet naar de marathon mochten kijken.
Op de weg terug werd ik een beetje moe van dat gezeur over die 21 kilometer en zei dat ik dat ook zou doen… volgend  jaar.

De tijd ging voort en de belofte werd mij ingewreven. De registratietijd kwam naderbij en er werden teams gevormd (je kan je alleen als team inschrijven). De registratie mislukte en bijna ontsprong ik de dans, totdat Mike andere teams regelde waar wij ondergebracht werden.
S rende voor het goede doel; Space for Giants een club die zich inzet voor de leefomgeving van olifanten. Ik liep mee in een clubje dat zich ‘The Sloths’ noemde. Ik heb geen van de Sloths ontmoet maar begreep dat er een IJslandse aan het roer stond.

Toen ik afgelopen maanden in Berlijn en in Amsterdam was ben ik lafjes begonnen hard te lopen, zo’n 3 maanden geleden. Het eerste rondje piepte en kraakte de gewrichten, S zette het tempo er in en ik kwijlbakte en loopviel door een Germaans aprilbos achter haar aan. Langzamerhand kwam er wat lucht in de tred en werden de afstanden respectabeler (ook omdat ik haar niet meer de snelheid liet bepalen). Het was een heel nieuwe ervaring en best geinig om te merken dat je je grenzen zo makkelijk kan verleggen en zo ontdek je weer heel nieuwe kanten van jezelf. Het bleek dat ik vrij snel een heuvel op kan, maar dat het eraf lopen langzaam gaat; wat wil je, bij elke stap 90 kilo opvangen met je knieën.
Gestaag werden de afstanden langer… eerst 5 km, 5km dan 8km (au), 7 km, 11 km (au au) en langs de Amsterdamse grachten en langs het IJ een fijne 15km.  Daarna ging ik weer naar Nairobi en kon van voren af aan beginnen. Zeeniveau in Europa is echt iets anders dan 1800 meter hier en ik was gewaarschuwd (een keer of 300): In de Lewa marathon zit een berg, die begint na 6 km en eindigt bij 14. Dat betekent:  8km lang de berg op, dan 2 km naar benee en dan komt de man met de hamer, je denkt dat je er bent, maar dan moet je nog 5 kilometer vlak, daar zijn dan die vitamine gels voor.
Hier begon de training weer met 5 km, 7 km en 8 km. Een week voor De Grote Dag rende ik, stom, stom weer achter S aan weer een lullige 17 km met daarin een heel lange klim (Lower Kabete Road, voor de insiders). Zij huppelde de kluft op en ik zwalkte, naar adem happend er achteraan. Voor de ontmoediging loog ze dat ze helemaal niet had ingehouden en om zichzelf tegen te spreken liep ze de laatste 3 kilometer effe in haar eigen tempo. Al snel werd ze een stipje aan de horizon.

Op vrijdag reden we met Mike naar het noorden, zelfde route als een jaar eerder, tentje op bijna dezelfde plek en weer die uitstalling van gadgets. Mike had ook een auto vol dingetjes, een zonnepaneel om zijn computer te chargen en zelfs een kleine lier om de hangmat op spanning te brengen, een tent die je alleen uit de zak hoeft te halen en zichzelf dan ergens neerzet, inclusief leeslampje en klapstoelen met ingebouwde koelelementen voor het blikje bier (waar nu
uiteraard geen sprake van was). De vriendengroep die onderverdeeld was in verschillende teams kwam binnendruppelen en iedereen was licht gespannen.

johanna met zijn olympische armband
Het Space for Giants team deed niet alleen nobel voor de olifanten, maar ook voor Kenianen. Rennen is een volkssport hier, in de bergen bij Lake Victoria is een trainingskamp, Iten, dat zichzelf ‘the cradle of the winners’ noemt en verdomd; er komen nogal wat winners vandaan. De ijle lucht en de bergen vormen een goede trainingsatmosfeer en iedereen lult er de hele dag over lopen. Dat schijnt ook stimulerend te zijn (niets lijkt mij saaier). Die jongens die er trainen hebben geen nagel om hun kont te krabben. Dus doen ze kleine businessjes. Sommigen hebben een sponsor (vriend Mike deelt aan twee renners maandelijks een geldje uit) anderen hebben een winkel of trainen dikke Nairobianen. Johanna maakt olympische armbanden en kan daar van leven. Straks op de olympische spelen zal je zien dat de eerste die over de streep komt een Keniaan is en dat ie zo'n Masaai bandje om zijn/haar pols heeft. 
Om mee te kunnen draaien in het marathon circuit moeten de renners punten halen. Die punten kunnen ze alleen bij een paar wedstrijden in de buurt verdienen of anders ver weg, maar dat is duur. Maar om met die wedstrijden mee te mogen doen moeten ze inschrijfgeld betalen en dat hebben ze niet. Dus had het Space for Giants team 4 plekken gereserveerd voor ‘the Kenyan Athletes’. De andere teamleden betaalden dus meer voor eten reis en inschrijfgeld. Ik vind dat nobel.

Wij zaten daardoor in de auto met 2 Kenianen. Die jongens zijn zo dik als een breinaald dus veel plek nam ‘t niet in en eten doen ze ook al nauwelijks. Wel gaven ze op de lange weg naar het noorden allerlei handige ren-tips. Het klinkt vreemd, maar het is nogal belangrijk wat je met je handen moet doen tijdens het rennen. Ik volgde hun tips op en verdomd, het helpt. De ene jongen heeft de prachtige naam Johanna (dat is ‘a boy named Sue’ in overtreffende trap) de ander heet Elyah.
Elyah heeft het koud en speelt leeuw
Op de achterbank van die fijne auto probeerde ik een play list van muziekjes uit mijn computer te maken en die op mijn telefoon te krijgen. Lopen is leuk, maar je moet wel iets hebben om naar te luisteren en hoewel het prima componisten zijn werkt het niet om Bach, Satie of  Rachmaninov op je koptelefoon te hebben.
Ik maakte een playlist met vrolijke upbeat hiphop en zulk soort bagger. (normaal gesproken komt dat alleen maar tot mij als ik in half beschonken staat in een verkeerd etablissement terecht gekomen ben en geen reden kan verzinnen om weg te gaan). Nu ging ik op klaarlichte dag en zeer nuchter naar die muziekjes luisteren… God is a DJ and this is my church.

Bij zonsondergang reden we met Mike’s landrover het eerste deel van het parcours van morgen af. Ineens merk je dan dat het menes is, niet alleen de stoffige paden de hellingen en de afdalingen, maar ook de beesten. We moesten een tijd lang stil wachten omdat er 4 neushoorns de weg blokkeerden. S was er van overtuigd dat ze weldra de auto zouden omgooien, ik dacht meer: who is watching who. Het kwam goed en de vlezige tanks renden weg. Nogmaals lieten ze zien dat ze echt geel groot en heel zwaar zijn.
4 neushoorns
Johanna werd gerust gesteld tijdens dit tochtje, hij voelde aan het zand waar hij op moest lopen en vond de 8km helling niet echt indrukwekkend.

Bij lopen verbrandt je nogal veel, zeggen ze. Dus was er vooraf een zg pasta party. Alle 1000 renners aten pasta en vlees, paddenstoelen en courgettes (carbo’s en koolhydraten…) en om 9 uur sliep iedereen. Behalve twee copulerende leeuwen aan de andere kant van het riviertje.

Om 5 uur werd ik wakker en het was zo verdomd koud. De zon kwam heel langzaam op schemerde tussen de fever trees door (geen idee hoe die in het NL heten). In de ochtendkou deden de Keniaanse Atleten een warming up, dat zag er uit als een complete marathon inclusief sprints en hoge Masaai sprongen.
Voor de provisorische WC’s ontstonden lange rijen en die geur vermengde zich met koffie en lotionnen. Iedereen heeft zo zijn eigen rituelen en het mijne was vooral mij verbaasd afvragen wat ik aan het doen was en waarom dit ook alweer leuk was. Ik werd knars en knorrig en in de twee uur tussen wakker worden en de start verveelde ik me.

en 1000 runners op dezelfde plek een paar uur later
Om 7 uur mochten de kinderen beginnen aan hun 5 km en om 7.15 ging er onceremonieel een touwtje omlaag en sprintte de atleten weg. Wij domme burgers moesten wachten totdat de langzame sliert mensen zich in beweging zette. Pas bij het eerste waterpunt, na 2,5 kilometer, kon ik een beetje in mijn eigen tempo lopen.
Anders dan bij de trainingsrondjes moest ik ineens op gaan letten waar ik mijn voeten ging neerzetten om te voorkomen dat ik anderen op de hielen trad en had ik meteen na de start last van wandelaars die de weg blokkeerden.
Ik rende en trok me zo weinig mogelijk van anderen aan. Heuvel op bergje af, over de gele vlakte met her en der een boom. In een lange sliert achter andere idioten aan. Mijn telefoon vertelde mij hoe lang ik liep en hoe hard ik liep en dat was treurig. Na 6 kilometer begon ik een beetje in een ritme te komen en toen kwam ook die lange helling. Iedere 2,5 kilometer was er een waterpunt met sinaasappeltjes, water en energiedrankjes en het is lastig drinken als je rent dus werd het een kledderige plakkerige rotzooi.

heel vroege warming up
Bij 16 kilometer was het veld redelijk uitgedund, de wandelaars had ik achter me gelaten en tot mij verbazing werd ik nog wel eens ingehaald door iemand die heel snel met grote passen rende en vroeg me dan af wat daarmee gebeurd was. Wat had hij de afgelopen anderhalf uur gedaan? Technisch is dat eigenlijk alleen mogelijk als je veel later gestart bent, dus misschien kwam dat wel door de lange rij bij de wc. (op zich is het wel geestig dat er langs het parcours weinig bomen staan, en als er dan een was stonden daar bijna altijd mannen te pissen).
Die helling waar iedereen me voor gewaarschuwd had viel wel mee. Hij was lang en vooral saai. Bovenaan die helling stond en groepje mensen de renners moed toe te schreeuwen. Het is nogal vreemd, maar zelfs ik vond dat gezellig. Achter deze supporters stond een auto en tegen de vooruit aan zat een mijnheer een boek te lezen, in de ochtendzon met een kopje thee. Ineens kwam er een golf van enthousiasme over me heen: “Ja, lekker een boek lezen, dat zou nu toch leuk zijn… “ Daardoor was ik me er van overtuigd dat ik mij aan het vervelen was. Ik kon niet echt versnellen, de pezen in mijn knieën leken van hout geworden. Kilometers lang dezelfde beweging maken is volgens mij ook niet gezond. (later gecheckt bij Medicus Steven hier; die zei: soms een halve marathon is geen probleem, wekelijks een volle is inderdaad niet erg gezond).
6 km
Het laatste platte stuk was zwaar, vooral ook omdat die mensen die voor mij uit liepen van het harde zand een zacht stuifsel hadden gemakt, er was stof en het begon, zo rond 9 uur ’s morgens warm te worden.
Het leuke van die laatste kilometers was dat ik weer meer mensen in ging halen. De mensen die niet goed berekend hadden hoeveel energie ze hadden en de verdeling verkeerd hadden ingeschat. Het demotiverende was dat ik in dat laatste stuk ingehaald werd door de professionele renners die een volle marathon liepen. 2x hetzelfde rondje en dus ruim 2x zo snel als ik.
Ik had van tevoren berekend dat ik ongeveer 2 en een half uur over dit tripje zou doen. Om precies 2:30:05 rende ik onder de klok door.

16 km
En toen was het klaar en ik verwachtte een enorme explosie van tevredenheid en zelfgenoegzaamheid door de volop kolkende endorfine die mij beloofd was. Ik pakte een medaille van een stapel, lette op dat ik goed in de boeken werd genoteerd en ging op zoek naar de Kenyan Athletes omdat ik wilde weten of ze de streeftijd gehaald hadden en dus komende maand op de marathon in Gent mogen lopen. Meisje S stond me op te wachten en zij was heel blij met haar tijd (2:10). We rekten en strekten wat, omdat dat hoort en wandelden naar onze tent en knepen elkaar in de kuiten terwijl we narilden in de zon. Eigenlijk was niemand heel opgetogen of blij. Alleen Tom want die had onder de 2 uur gelopen. De Kenianen waren somber. De ene had 1:07 gedaan de ander 1:09. Dat ik dat geweldige tijden vond maakte geen bal uit. Eigenlijk was er een beetje een vreemde sfeer, kil en stil.
We begonnen de spullen in te pakken om we te gaan toen Mike een telefoontje kreeg. Het bleek dat we allemaal individueel redelijk gelopen hadden, maar het Space for Giants team had een van de prijzen gewonnen. (wat wil je, met 4 profs in de gelederen). Ineens werden de Kenianen weer wakker en repten zich naar de prijsuitreikingen, hoewel er nog steeds lopers binnen kwamen werd de buit al verdeeld.
Het bleek niet brons of zilver voor de Giants, maar goud en dus gingen de Kenianen er vandoor met een pak geld en 10 telefoons. De hele weg het lange terrein af stonden ‘onze’ Kenianen op het dak van de auto en riepen uitgelaten tegen de massa’s: “Go away, step aside, we are the champions… the winning team is greeting you!” Met hun zakken volg geld en hun nek vol medailles waren ze de vrolijke helden geworden en ze gedroegen zich er naar.

Op de weg terug naar Nairobi sliepen we in Nanyuki, hadden een lunch bij de Space for Giants en feestten in een postkoloniale jeugdsoos waar iedereen ongezellig strak stond van de pillen. S, Mike en ik trokken ons terug voor onze tent met een dikke bloody Mary en lulden voor het eerst in 48 uur niet over rennen.

Ik beloofde plechtig dat ik volgend jaar weer mee zal lopen.
Misschien is dat toch een klein vleugje endorfine geweest.

woensdag 2 mei 2012

Nairobi - Qatar - Berlijn

 
In de afgelopen tijd had ik in Nairobi niet zo heel veel te doen. Gelukkig was er om de hoek een tennisbaan en de Nederlander T.R. die ook op werk wacht (en op een container en een opgeleverd appartement). Het eerste potje won ik van hem, daarna volgde een lange rij van nederlagen. 
Het roer moest om.

Woensdag was ik klaar met al mijn dingetjes in Nairobi en ‘s avonds ben ik een biertje gaan drinken met R. in een café dat Havanna heet en er niet zo erg Cubaans uit ziet. Tussen de geparkeerde auto’s en de vrouwelijke bedelaars met een ‘rent-a-kid’ die als torren rondschuivelen dronken we een biertje. Er werd gevoetbald op TV en onder de enorme banner frisgroene die Heineken had opgehangen keuvelden we wat totdat het begon te regenen en de gaten in het asfalt vulden zich tot kleine meertjes. De bedelaars trokken zich terug in hun grotten, de parkeerdienst deed een enkellange regenjas aan, het bandje dat verwacht werd kwam niet opdagen en R. ontmoette een van zijn stiefdochters die op haar eerste avond uit was met haar nieuwe vriendje en R. helemaal niet tegen wilde komen. Voor de vorm vroeg ze of we mee gingen naar de karaoke bar. Wij bleven liever. 
Dat Nairoibi is zo kwaad nog niet.

Donderdagochtend moest ik dingetjes doen. Iets met een auto, iets met een External Hard disk, ik moest koffie drinken met M en later ook met B. Op het terras van Hans een Kees heerste een tropisch rust, de wevervogels plukten lange slierten uit een palm en paaiden hun wijfjes met ingenieuze nesten. Vanuit het zwembad  volgde ik hun werk. 
Er staan grote bomen in de tuin en Hans verzet veel werk om de nieuwe achterburen onzichtbaar te maken door meer snelgroeiende dingen te planten. De honden snuifden rond en Marren maakte een onstopbare stroom koffie.  Nee, dat Nairobi heeft echt erg goede kanten.

Om 12 uur kwam de trouwe Thomas me afhalen en bracht met naar het vliegveld. Het overgewicht werd door de dame van de check in weggewimpeld (een beetje hulp met de opvoeding van haar welpen deed wonderen). 

Om 7 uur landde ik in Qatar en om 8 uur schoof ik aan bij Joost in een Jemenitisch café achter de Souk Waqif. Ik was nog nooit in een der Emiraten en het is vreemd om door een Arabische souk te lopen die het gevoel geeft al honderden jaren te bestaan, al een eeuwigheid aan 1001 nachten te hebben doorstaan, maar die pas twee jaar geleden uit de plotterprinter van de projectontwikkelaar rolde; Disney voor volwassenen.


Ik was naar Qatar omdat Joost daar een paar maanden zit; hij werkt als designexpert bij een tv programma van een Libanese producent en hij mag er niets over vertellen op straffe van een nekschot en een prijskaartje. Hij woont nu 3 maanden in een 5 sterren toren en hij heeft de geweldige gave om te kunnen kluizenaren zonder dat hij asociaal wordt of zijn baard laat staan. De eenzaamheid is een gegeven en geen last. De hitte en het stof zijn vaste factoren waar hij omheen manouvreert. Hij wordt er niet vrolijk van en houdt en vilein glimlachje, kijkt er naar en vraagt zich af of hij zijn paarlen voor de halal zwijnen werpt of dat hij een werkelijk constructieve bijdrage levert aan het designniveau van een subcontinent.
Vanuit de Yemenitische joint (tl buizen, Sprite en droge vis) wandelden we door de stad naar zijn hotel. Mijn eerste indrukken: snelle grote auto’s, witte en zwarte jurken, buikige mannen die heel hard niets doen en figuranten zijn in het Disney scenario. Dat hotel is niet alleen zijn hotel, maar ook het dakterras van de expat jet-set. Met uitzicht over de stoffige stad, wind in de haren en de vage lampjes van de Corniche drinkt men een cocktail en slurpt men aan de dikke Cohiba. Het Heineken biertje van gisteren kostte anderhalve euro, dat van vandaag was 10 keer zo duur. Toch plopten de kroonkurken er niet minder lustig om.
 
 Ik sliep in een ander hotel en toen ik daar om een uur of 1 aankwam babbelde ik met de jongens die er werkten. Ze kwam uit Pokara in Nepal en ik vertelde dat ik ooit door hun straat gewandeld heb. Daardoor kon ik niet voor 2 uur slapen.
’s Morgens ontmoette ik Joost weer bij het museum dat I.M.Pei gebouwd heeft. Dat wilde ik er graag zien. Het was vrijdag en dus was het dicht. De tuin ging om 10 uur open en tot dat moment stiefelden we over de Corniche. 
Er was geen wind en het water leek van crêpe papier. Joost vertelde over stedenbouw en langzaam werd de Weststad aan de overkant van de baai zichtbaar. We zagen het I.M.Pei museum vanuit verschillende hoeken. Het is een prachtige apenrots behalve dat er een heel vreemde lichtkoker aangeplakt is die de strakheid van het ontwerp verstoort en de kleuren doet verkruimelen. (Ik heb veel moeite gedaan dat niet op een foto te krijgen).  Om 10 uur stonden we als enigen te dringen voor het hek en liepen de uitgestrekte tuin door en dronken koffie aan het water tussen de internationale TED-gangers die confereren moesten en gezamenlijk meespeelden in de Disney productie. (het is ook gelukt hen uit de foto weg te houden). 
Het werd warm en het licht werd scherp. De schaduwen op het Pei gebouw werden hard. Een helikopter zette de windmachine aan en creëerde een stofwolk waardoor het licht ineens een roze gloed kreeg. Het leek niemand op te vallen.
Om 12 uur vloog ik door naar Berlijn daar tuimelde mijn overgewicht op de bagageband  en ’s avond aten we een pizza in Potsdam.

Op zaterdag moesten we een kastje kopen. In het Landrovertje van Stefanie reden we naar Ikea en bij de kassa drongen we tussen de buikige Duitsers door, aten we een smerige hotdog en ik verwonderde me over de gedweeheid, inclusief mijn eigen schaapachtige gewilligheid. Het regende en we propten in een winderige parkeergarage het bouwpakket in de achterbak, probeerden de kap van de Landrover dicht te krijgen en klappertandde weer langs de Wannsee terug naar de zolder. Ik kan soms zo'n grondige hekel aan mijzelf hebben.

Op het water zijn een paar zeilbootjes, met mannen in dikke rode jassen. Dikke auto’s rijden in een langzame stroom. De winter laat zich slecht verjagen en de blaadjes aan de bomen zijn maagdelijk groen. Voorzichtig proberen ze iets voorjaar-achtigs uit te stralen, maar het is niet overtuigend.