alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

Posts tonen met het label Kenya. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kenya. Alle posts tonen

zondag 18 mei 2014

Ik ben een hete aardappel



Onvrijwillige vakantie in Addis (deed II en eind)

Het is nu zaterdag. Ik zit op mijn kantoor in Nairobi en ik heb net het verhaal over mijn onvrijwillige vakantie in Addis ge-upload.

Dat verhaal schreef ik afgelopen zondag al en de afloop was toen nog onduidelijk. Ik vond het niet zo’n goed idee om die blog te uploaden terwijl ik nog in Ethiopië was.

Het werd me duidelijk dat Ethiopië een vrij uitgebreid netwerk van ‘agenten’, ‘stillen’ en ‘verklikkers’ heeft en dat die het leuk vinden van alles in computers te zetten en dat ze het niet zo belangrijk vinden de boel zo af en toe op te schonen.
Geen idee of ze ook Nederlandstalige blogjes gaan vertalen. Zou best kunnen. Ik hoop in dat geval dat ze ervan genieten en dat ze een klein beetje het gevoel voor luchtigheid kunnen waarderen.
Maar over het algemeen zijn veiligheidsdiensten niet erg goed in sarcasme, cynisme of korreltjes zout.

het Bole Vliegveld in Addis; dan weer druk, dan weer leeg
Op maandagochtend, afgelopen maandag dus, ging ik weer naar de NL ambassade, om 9 uur stond ik op de stoep en werd vriendelijk geholpen door een de dame van de consulaire afdeling. Aan de ene kant wilden zij een officieel ‘ding’ doen naar aanleiding van het feit dat mijn paspoort was ingenomen, maar mij leek het praktischer dat te gaan doen tegen de tijd dat ik mijn paspoort terug had. Uiteraard is het hun taak de dingen officieel te doen en zijn zij niet van het onderhands regelen in de baas z’n tijd. Niemand, dus ook geen vreemde overheden, mogen een paspoort innemen, het is gen eigendom van de houder, het is van de staat der Nederlanden en ik mag er alleen voor zorgen.

Op de ambassade hadden een paar weken geleden de chauffeur (die Armaic spreekt) met de ‘note verbale’ naar het ministerie gestuurd, daardoor werd de alexander-moet-van-een -lijst-af-actie iets officiëler. Dat hele verhaal staat uitgebreid in de vorige blog.

Toen ik op donderdagavond het land uit wilde liep de zaak vast. Door die officiële brief kon mijn zaak op het vliegveld niet ‘effe’ geregeld worden en moest de directeur van de immigratiedienst er iets van vinden. Het was middernacht en die lag te slapen, en dus moest ik wachten. Logisch.
Maandagochtend bij de ambassade leverde vooral op dat zij nog wisten van mijn zaak, en dat ik wist dat ze ermee bezig zijn (waren). Daarbij weet ik nu de gezichten van de dames die die ermee bezig zijn. Ik heb weinig invloed op de manier van doen en heb geen zicht op de stappen. Het enige dat ik weet is dat ik uiteindelijk van die lijst af wil omdat ik heel veel vaker naar Ethiopië wil, omdat daar mooie kansen liggen voor ons bedrijf. Op de ambassade wisten ze wel dat mijn paspoort nog steeds op het vliegveld lag en de grote oversteek naar het kantoor van de immigratiedienst nog niet gemaakt had. 
Maandag dus: Ik moest toch naar het vliegveld (6-de keer in 3 dagen) om te kijken of mijn tas er al was en wandelde (zonder tas) bij de immigratie langs. De mijnheer daar kende mijn zaak en vroeg aan zijn baas of ie mijn paspoort mocht teruggeven.
wachten wordt verlicht door top-macchiato, altijd en overal...
Ik wachtte een uurtje of 3 en babbelde met Russische helikopterpiloten (doordat ze een soort hansopje dragen van een zachte stof zagen ze er uit als gigantische paaskonijnen zonder muts en met een wodkakegel). Zij hadden een paar maanden met hun ‘heli’s’ in de woestijn gespeeld en hadden nu problemen om dat ding weer het land uit te krijgen. En bij de immigratiedienst waren ze benieuwd of er geen staatsgevaarlijk info op hun laptopjes en tablets stonden.  Ze zaten nu al twee dagen te wachten totdat de immigratiedienst alle familiefoto’s van alle apparaten bekeken had.  Dan kan ik me voorstellen dat je dan een klein slokje van het wonderwater uit je heuplflacon neemt.
Na verloop van tijd vertelde ik de ‘immigratiepief’ dat ik niet zo goed wist waar ik op zat te wachten. Ik wilde of mijn paspoort terug, of ik wilde dat het naar het immigratiekantoor ging. Mijn trouwe chauffeur Salomon stond buiten te smelten in zijn auto en ik kon best een paspoort, desnoods met een immigratiedienstmedewerker, meenemen naar het Black Lion gebouw.
De directeur van de immigratiedienst bleek nu niet bereikbaar, er waren telefoonproblemen of hij was even weg. Zachtjes vertelde de man dat ik woensdagmiddag moest terugkomen.
Er zonk iets in mijn schoenen, geen idee wat, maar het was een onprettig gevoel.
En meteen wees hij op de rug van een man in een pak die wegliep en zei: ‘Hij heeft je paspoort en hij gaat nu naar de immigratiedienst.’

Als een uitgeperste James Bond sprong ik op, wandelde schaduwend achter hem aan en bekeek naar welke auto hij liep, ondertussen belde ik Salomon, alsof Zorro zijn paard floot instructies voor te komen rijden en terwijl hij in zijn oude Corolla met gescheurd dashboard aan kwam draven, sprong ik er in en zei: “follow that car”.
De hitte van een paar uur eerder was aan het omslaan en vlak buiten het vliegveld begon ‘t te regenen en al snel bleek de Corolla nauwelijks opgewassen tegen de klotsende golven over het wegdek, de ruitenwissers boden nauwelijks verzet tegen de dikke droppels en Salomon vertelde: ‘this is serious rain, by the way.’ 

Ik had al zo’n indruk.
Na een half uurtje zette hij mij af bij het hoofdkantoor van de immigratie in het Black Lion gebouw, ik rende de trappen op en in de hal kwam ik de man tegen die mijn paspoort in zijn hand hield en het bij kamer 89 afleverde.

Inmiddels kan ik er luchtig over doen, maar op dat moment waren er nog maar 4 dingen echt duidelijk:

-       - ik had mijn paspoort niet, wel even voorbij zien flitsen, maar had het nog niet gevoeld. (en er zat inmiddels een stevig pakket papier in…)
-       - het was in handen van een niet erg aardige, en zeker geen transparante dienst die het niet erg vind als mensen op hem wachten.
-       - mij was verteld dat ik iets had gedaan dat niet mocht (niemand weet wat) en dat ik mij moest voorbereiden op mijn rechtszaak en dat die nog wel eens 2 maanden op zich kon laten wachten.
-       - de enige die mij kon helpen was de directeur van de immigratiedienst en die leek zich te verstoppen, veel belangrijker dingen te doen of misschien wel helemaal niet te bestaan.

Op zich waren dat allemaal ingrediënten die niet zorgen voor gerustheid en de enige die ik mij kon bedenken die die ongerustheid konden wegnemen waren mijn vrienden van de Ambassade, maar die zaten ook een beetje met deze zaak in hun maag; een short cut zou misschien weinig diplomatiek zijn en de ‘long haul’ leverde geen oplossing op korte termijn.

Na de Ambassade, de immigratie op het vliegveld, de immigratie in het Black Lion gebouw, opnieuw de ambassade en de Ethiopische ambassade in Brussel en in Nairobi wist ik wel dat er iets fout is, maar niet wat, weet niet waarom ik op een lijst sta en hoe ik er af kan komen.
deze mevrouw zat tegenover mij te wachten... dat kon ze erg goed
Ik weet alleen dat eigenlijk niemand iets weet en dat niemand weet wie mij helpen kan. Niemand heeft er zin in en niemand kan er iets mee… de hete aardappel wordt doorgeschoven. Ik ben een aardappel.

Na nog eens een middagje op het kantoor van de Black Lions werd ik rond half 4 echt kribbig. Er was niemand om tegen te klagen en het liep weer tegen sluitingstijd. Dus wandelde ik op goed geluk een kantoor binnen en zag per ongeluk mijn paspoort op dat buro liggen. Dus zei ik:
-Ha, ik kom dat paspoort halen.
-Wait ouside…
- Nou, ik ben al een tijdje outside aan het waiten en ik heb daar zo langzamerhand wel genoeg van. Kunt u mijn dan ten minste vertellen waarop ik dan wacht.
- Op de baas
- Ja, maar ik wacht al 4 dagen op de baas en ik heb niet het gevoel dat er veel beweging in zit. Ik wil heel graag met hem praten.
- Kom op woensdag terug
- Nou, ik vertel net dat ik al genoeg gewacht heb, en nu zegt u dat ik nog 2 dagen moet wachten… dat vind ik niet zo’n goed voorstel
- Talk to the boss
- Yes please,… Give me the boss
- The boss is not here
- Then why am I waiting?
- He will be here soon
- When is soon?
- He will be here at 4…
- Great!  now it is 5 to 4, can you book a meeting for me with the boss at 4?
en toen zei hij: “Ja”. De sukkel, mijn engel.

mijn nieuwe vriend, de immigratiedienst man
De andere mensen op zijn kantoor begonnen te lachen. Ik weet niet of ze mij uitlachten, om de situatie lachten of dat ze langzaam door hadden dat het een kafkaiaans rollenspel was dat ze overbekend voorkwam, maar waar ze niets aan konden doen.
Ik stak mijn hand uit en zei:
- Deal…geweldig, ik heb een afspraak met de baas om 4 uur, en eindelijk heb ik iemand gevonden waarmee ik echte duidelijke afspraken kan maken; geef me een hand…
Hij schudde mijn hand met een week glimlachje. Boeren met kiespijn bestaan ook in Ethiopië.
Ik ging weer buiten zijn kantoor op het spartaanse wachtbankje zitten en om kwart over 4 wandelde ik zijn kantoor weer binnen en zei:
- Ha, ik heb een afspraak met de baas, is ie er?
Mijn nieuwe vriend keek op van zijn patience spel en zei:
- no, he has not yet arrived…
- nou, dat is toch vreemd… hij heeft een afspraak met me en dan komt ie niet… heel merkwaardig.
- just wait outside
- nee, ik wacht niet meer outside.
- je moet de regels van dit land respecteren, u bent een gast.
En toen werd ik echt heel erg giftig… heel langzaam probeerde ik hem uit te leggen dat ik heel graag de regels van een land wil respecteren en dat ik mij graag wil gedragen, maar dat zij dan moeten uitleggen wat die regels zijn, en wat ik zoal fout heb gedaan. En ik legde hem uit dat het niet echt heel erg correct is om iemand niet de mogelijkheid te geven om naar huis te reizen als ie dat graag wil. Dat ik het niet zo’n goed idee vind als je mensen op bezoek krijgt, ze en paar dagen in een hotelkamer te laten zitten, dat ik het niet zo aardig vind om de bagage kwijt te maken, dat ik het onvriendelijk vind om geen duidelijke informatie te geven en dat ik, als ik bij mensen op bezoek ben, meestal wel iets te drinken aangeboden krijg.
- De baas komt er aan… zei hij.
De anderen in zijn kantoor lachten weer.

En twintig minuten later, ik zat netjes buiten zijn kantoor te wachten, riep hij mijn naam om door een soort interkommetje (ik zat werkelijk in mijn eentje aan de andere kant van de open deur).
Hij riep me binnen en ik was bereid te horen dat de baas nog 3 weken met vakantie was en dat ik moest wachten totdat hij van zijn Hadj of zijn tocht naar Israel, Rome of weet ik veel waar vandaan terug zou zijn. Maar mijn nieuwe vriend zei:
- schrijf op: Ik, Alexander Valeton ontvang mijn paspoort terug van ambtenaar 101 op het kantoor van de immigratie in Ethiopië, mijn paspoort is niet stuk en ik ben goed behandeld… en dan de datum en je handtekening.
Uiteraard deed ik dit met het gemak van de eerste de beste leugenaar, en vroeg of ik een fotootje mocht maken van dit waardevolle document. Dat mocht niet, of ik een foto mocht maken van mijn nieuwe vriend en mijn oude paspoort samen… dat mocht ook niet.

Tien minuten later stond ik buiten, chauffeur Salomon maakte een dansje en zei: ‘zie je wel dat Ethiopiërs aardig zijn’,  en we renden naar het ticketbureau van Ethiopian Airways om de eerste vlucht naar Nairobi te boeken.
3 uur later checkte ik in op het vliegveld;
Heel, heel kort werd daar moeilijk gedaan over het feit dat mijn visum reeds 4 dagen eerder voor de huidige exit was gestempeld (ik was immers al door de douane en werd toen terug geroepen, 4 dagen geleden). Ik vroeg om de baas en de baas keek om de hoek en zei: ‘ik ken deze zaak, laat maar gaan…’
En nog snel vroeg ik aan deze baas: “Wat was nou 't probleem en is dat nou opgelost”?
En hij zei: “de verwarring is ontstaan doordat er iemand anders is uit Nederland met precies dezelfde naam als jij, maar met een andere foto… dus is dat iemand anders. Maar die man die staat op onze ‘wanted’ lijst…”

Ik weet 100% zeker dat er geen andere Nederlander is met mijn naam en zeker niet van mijn leeftijd.

Ik ben een hete aardappel…en mensen verzinnen smoesjes.


----------------------

 stills uit het Black Lion gebouw:












 ---------------------

ik reed veel rond... wat auto-foto's:
















zondag 5 januari 2014

back on track



Ooit had ik een compagnon. Ongeveer 2 levens geleden handelde ik in boeken en samen met Henstra had ik een winkel (Valeton & Henstra). Meestal zat Henstra nurks achter de kassa Javaanse Jongens te roken en was hij een somberend uithangbord van het bedrijf. ‘s Avond kwam hij meer tot leven, met een glas in de hand verruilde de dominee zijn territorium en werd hij filosoof wat hem niet minder dogmatisch maakte en zeker niet milder over hen die andere waarden en normen hadden.
De afgelopen weken dacht ik een aantal keer over Henstra na en met name over zijn stelling: ‘Ga nooit terug naar waar je vandaan komt’.

Jarenlang heb ik bij verhuizingen, carriere switches en andere life changing events gedacht aan de wijze woorden van wijlen Henstra. Zijn woorden waren de legitimering een dwaze angst in cirkels te bewegen; ik zette alleen stappen vooruit, dwangmatig om te blijven bewegen. Met gepaste regelmaat vergat ik daarbij mijn straatje schoon te vegen en te lang bij ‘het vorige’ te blijven stilstaan; nee, bewogen moet er…vooruit, met op de banier de woorden van Henstra.

Dat is nu anders geworden, althans op één front. Afgelopen najaar kreeg ik het verzoek na te willen denken over een baan in Kenia. Mijn eerste reactie was: ‘Nou nee, ben blij dat ik daar weg ben.’ Een paar weken later werd mij gevraagd er toch nog eens extra over na te denken en ik besprak ‘t met N. Na een korte en lichte aarzeling zei ze, met twee knuisten in de lucht: “Doen!”

Toen ik aan het eind van mijn eerste 2 jaar in Kenia overbodig werd bij de firma waar ik voor werkte vroeg ik me af wat ik zou gaan doen. Blijven of vertrekken. Ik had ooit bedacht een jaar of 5 in Nairobi te gaan wonen en gevoelsmatig zat mijn tijd er nog niet op. Maar sullig blijven hangen was geen goede optie en mijn plezierige appartement was te duur om aan te houden. Juist in de tijd kwamen Bertil en Adina in Nairobi wonen. Bertil ging voor een Nederlands mediabedrijf de vestiging in Nairobi opzetten. Zij zochten een huis en waren met 2 koffers aangekomen en ik had een appartement dat redelijk ingericht was; stoelen tafels bedden borden glazen messen ijskast fornuis handdoeken lakens. Alles was er en was redelijk nieuw. Zij namen huis en spullen over.
In de afgelopen twee jaar heeft Bertil hard gewerkt en heeft van een klein obscuur mediabedrijfje aan de rand van een verre slum in Nairobi een serieus bedrijf gemaakt met een lekker kantoor net naast het business district. Maar na twee jaar was zij tijd op. Bertil en Adina gingen terug naar Amsterdam en ze zochten een opvolger voor zijn werk.

In de afgelopen 4 jaar woonde ik er eerst 2 continu in Kenia, de laatste 2 jaar was ik er veel. Ik woonde in Berlijn, Amsterdam maar had ook een schuilhut bij lieve vrienden in Nairobi. In februari 2013 vond ik het welletjes met dat nomadische gedoe en besloot me weer in Amsterdam te vestigen. Dat ik de amsterdamse N had leren kennen versnelde mijn beslissing. Ik werkte daar met vrolijke zin aan een hand vol projecten en het zal geen toeval geweest zijn dat een aantal van die projecten in Kenia plaatsvonden. Ik vond dat een goede deal. Ik kon zo mijn Oost-Afrikaanse expertise te gelde maken en toch in Amsterdam wonen. Iedere keer als ik in Nairobi was kwam ik Bertil wel ergens tegen, in een café, op een borrel, of we dronken koffie samen.

In juli polste hij mij om zijn baan over te nemen, in september opnieuw. In oktober had ik gesprekken met de baas in Amsterdam en in november was ik op proef in Kenia aan het werk. Op 1 januari, 4 dagen geleden, vloog ik hier naartoe met 2 grote koffers Eind januari komt N. ook deze kant op. Van Bertil en Adina kon ik ook ‘mijn’ appartement weer terugnemen. Met mijn stoelen, tafels, laken en handdoeken.
De planten op het terras zijn groter geworden en er staat ineens een giraffe in huis, maar verder lijkt het alsof ik 2 jaar lang mijn ogen heb dichtgehouden, ze nu weer geopend heb en naadloos in dit leven terugkeer.

Henstra zei nooit terug te keren waar je vandaan komt en dit afgelopen weekend lijkt verdomd veel op weekenden die ik eerder had: Een heel rustige zondagochtend op het terras met koffie en een wevervogeltje die de nectar van een hybiscus opzuigt. Het is verzengend warm. Straks even naar een gym, dan naar het maandelijkse ‘blankets and wine’ festival, eten bij Stijn en dan redelijk vroeg naar bed.

Vanaf eind januari is het anders, dan komt N hier heen en woon ik officieel samen. Zij zal er voor zorgen dat deze tour in Nairobi heel anders wordt dan alle vorige rondes.
Morgen naar kantoor, en ook daar is het anders dan ooit tevoren. Het werk is anders dan wat ik ooit deed. Dat is ook iets heel erg nieuws (en dat is ook nog heel erg spannend en dus heel erg leuk).

Hoewel ik naadloos het vorige leven inschuif in het appartement en het ritme, is het toch wel radicaal verschillend. De sterren staan anders.
Zou Henstra het gehad hebben over een fysieke plaats of over een mentale plek?




maandag 8 oktober 2012

sunday in the garden




Last Sunday I was cooking...
Indonesian food takes quite long.
Rendang needs to simmer for hours and so
I had time to walk in the garden

and play with my phone and a new set of lenses.
The result was quite interesting,
couldn't manipulate the colors or the focus points,
and it became spooky and nice.
I quite like it.


zaterdag 7 juli 2012

rennen tussen de leeuwen: lewa marathon







Ongeveer een jaar geleden was ik in Lewa om daar meisje S haar kuiten te masseren. Zij ging een halve marathon lopen en ik niet, en dus mocht ik in haar knijpen na afloop. Vorig jaar reed ik er heen in mijn appeltjes groene Mercedes en die hield niet zo erg van kuilen en gaten in de weg maar hij klaagde niet. Het stond wel prachtig.

Lewa is ongeveer 4 uur rijden van Nairobi. Neem de weg naar het noorden en hou Mount Kenya aan je rechter hand, neem de juiste afslag en dan kan je het Nationale Park binnen tuffen.

Die marathon is een ‘big event’ hier in Kenya. Niet alleen omdat het door een van de grootste bedrijven (Safaricom) gesponsord wordt, ook omdat het de enige marathon in Kenya is waarvoor de renners meedoen in het internationale punten systeem. Dat is nogal belangrijk want er zijn vrij veel renners in Kenya die internationaal opereren (de hele wereldtop is Kenyaan… grofweg) en dit is dus hun enige ‘thuiswedstrijd’. Daarbij is het een feestje waarbij de buitenlanders in Kenya en de witte Kenyanen zich kunnen laten gelden. Het beeld is niet zo moeilijk in worden onder te brengen; landrovers en landcruisers met een heleboel snufjes, danktenten, katrolletjes voor een douche in een boom… een uitstalling van hebbedingen die je nooit gebruiken kan.
Doordat het evenement gesponsord wordt door grote bedrijven doen ook die werknemers al dan niet verplicht mee. Het is een fijn gemixt zootje van blank en zwart en van fanatiekelingen en hobbyisten. Het is goed georganiseerd, in tegenstelling tot een paar andere marathons hier in de regio.

Er hingen helikopters in de lucht om de wilde beesten weg te jagen en ik moedigde S aan bij spectator point 2 en 4. Nadat die marathon klaar was en letterlijk het stof weer was neergedaald reden wij met de appeltjes groene Mercedes verder het park in en zagen kraanvogels, een neushoorn, twee cheeta’s en een grote loopvogel die mij altijd aan Paul Haenen doet denken (deze vogel heet een Buster… vandaar) en een trosje olifanten in de verte nog nadampend van woede omdat ze van de helicopters niet naar de marathon mochten kijken.
Op de weg terug werd ik een beetje moe van dat gezeur over die 21 kilometer en zei dat ik dat ook zou doen… volgend  jaar.

De tijd ging voort en de belofte werd mij ingewreven. De registratietijd kwam naderbij en er werden teams gevormd (je kan je alleen als team inschrijven). De registratie mislukte en bijna ontsprong ik de dans, totdat Mike andere teams regelde waar wij ondergebracht werden.
S rende voor het goede doel; Space for Giants een club die zich inzet voor de leefomgeving van olifanten. Ik liep mee in een clubje dat zich ‘The Sloths’ noemde. Ik heb geen van de Sloths ontmoet maar begreep dat er een IJslandse aan het roer stond.

Toen ik afgelopen maanden in Berlijn en in Amsterdam was ben ik lafjes begonnen hard te lopen, zo’n 3 maanden geleden. Het eerste rondje piepte en kraakte de gewrichten, S zette het tempo er in en ik kwijlbakte en loopviel door een Germaans aprilbos achter haar aan. Langzamerhand kwam er wat lucht in de tred en werden de afstanden respectabeler (ook omdat ik haar niet meer de snelheid liet bepalen). Het was een heel nieuwe ervaring en best geinig om te merken dat je je grenzen zo makkelijk kan verleggen en zo ontdek je weer heel nieuwe kanten van jezelf. Het bleek dat ik vrij snel een heuvel op kan, maar dat het eraf lopen langzaam gaat; wat wil je, bij elke stap 90 kilo opvangen met je knieën.
Gestaag werden de afstanden langer… eerst 5 km, 5km dan 8km (au), 7 km, 11 km (au au) en langs de Amsterdamse grachten en langs het IJ een fijne 15km.  Daarna ging ik weer naar Nairobi en kon van voren af aan beginnen. Zeeniveau in Europa is echt iets anders dan 1800 meter hier en ik was gewaarschuwd (een keer of 300): In de Lewa marathon zit een berg, die begint na 6 km en eindigt bij 14. Dat betekent:  8km lang de berg op, dan 2 km naar benee en dan komt de man met de hamer, je denkt dat je er bent, maar dan moet je nog 5 kilometer vlak, daar zijn dan die vitamine gels voor.
Hier begon de training weer met 5 km, 7 km en 8 km. Een week voor De Grote Dag rende ik, stom, stom weer achter S aan weer een lullige 17 km met daarin een heel lange klim (Lower Kabete Road, voor de insiders). Zij huppelde de kluft op en ik zwalkte, naar adem happend er achteraan. Voor de ontmoediging loog ze dat ze helemaal niet had ingehouden en om zichzelf tegen te spreken liep ze de laatste 3 kilometer effe in haar eigen tempo. Al snel werd ze een stipje aan de horizon.

Op vrijdag reden we met Mike naar het noorden, zelfde route als een jaar eerder, tentje op bijna dezelfde plek en weer die uitstalling van gadgets. Mike had ook een auto vol dingetjes, een zonnepaneel om zijn computer te chargen en zelfs een kleine lier om de hangmat op spanning te brengen, een tent die je alleen uit de zak hoeft te halen en zichzelf dan ergens neerzet, inclusief leeslampje en klapstoelen met ingebouwde koelelementen voor het blikje bier (waar nu
uiteraard geen sprake van was). De vriendengroep die onderverdeeld was in verschillende teams kwam binnendruppelen en iedereen was licht gespannen.

johanna met zijn olympische armband
Het Space for Giants team deed niet alleen nobel voor de olifanten, maar ook voor Kenianen. Rennen is een volkssport hier, in de bergen bij Lake Victoria is een trainingskamp, Iten, dat zichzelf ‘the cradle of the winners’ noemt en verdomd; er komen nogal wat winners vandaan. De ijle lucht en de bergen vormen een goede trainingsatmosfeer en iedereen lult er de hele dag over lopen. Dat schijnt ook stimulerend te zijn (niets lijkt mij saaier). Die jongens die er trainen hebben geen nagel om hun kont te krabben. Dus doen ze kleine businessjes. Sommigen hebben een sponsor (vriend Mike deelt aan twee renners maandelijks een geldje uit) anderen hebben een winkel of trainen dikke Nairobianen. Johanna maakt olympische armbanden en kan daar van leven. Straks op de olympische spelen zal je zien dat de eerste die over de streep komt een Keniaan is en dat ie zo'n Masaai bandje om zijn/haar pols heeft. 
Om mee te kunnen draaien in het marathon circuit moeten de renners punten halen. Die punten kunnen ze alleen bij een paar wedstrijden in de buurt verdienen of anders ver weg, maar dat is duur. Maar om met die wedstrijden mee te mogen doen moeten ze inschrijfgeld betalen en dat hebben ze niet. Dus had het Space for Giants team 4 plekken gereserveerd voor ‘the Kenyan Athletes’. De andere teamleden betaalden dus meer voor eten reis en inschrijfgeld. Ik vind dat nobel.

Wij zaten daardoor in de auto met 2 Kenianen. Die jongens zijn zo dik als een breinaald dus veel plek nam ‘t niet in en eten doen ze ook al nauwelijks. Wel gaven ze op de lange weg naar het noorden allerlei handige ren-tips. Het klinkt vreemd, maar het is nogal belangrijk wat je met je handen moet doen tijdens het rennen. Ik volgde hun tips op en verdomd, het helpt. De ene jongen heeft de prachtige naam Johanna (dat is ‘a boy named Sue’ in overtreffende trap) de ander heet Elyah.
Elyah heeft het koud en speelt leeuw
Op de achterbank van die fijne auto probeerde ik een play list van muziekjes uit mijn computer te maken en die op mijn telefoon te krijgen. Lopen is leuk, maar je moet wel iets hebben om naar te luisteren en hoewel het prima componisten zijn werkt het niet om Bach, Satie of  Rachmaninov op je koptelefoon te hebben.
Ik maakte een playlist met vrolijke upbeat hiphop en zulk soort bagger. (normaal gesproken komt dat alleen maar tot mij als ik in half beschonken staat in een verkeerd etablissement terecht gekomen ben en geen reden kan verzinnen om weg te gaan). Nu ging ik op klaarlichte dag en zeer nuchter naar die muziekjes luisteren… God is a DJ and this is my church.

Bij zonsondergang reden we met Mike’s landrover het eerste deel van het parcours van morgen af. Ineens merk je dan dat het menes is, niet alleen de stoffige paden de hellingen en de afdalingen, maar ook de beesten. We moesten een tijd lang stil wachten omdat er 4 neushoorns de weg blokkeerden. S was er van overtuigd dat ze weldra de auto zouden omgooien, ik dacht meer: who is watching who. Het kwam goed en de vlezige tanks renden weg. Nogmaals lieten ze zien dat ze echt geel groot en heel zwaar zijn.
4 neushoorns
Johanna werd gerust gesteld tijdens dit tochtje, hij voelde aan het zand waar hij op moest lopen en vond de 8km helling niet echt indrukwekkend.

Bij lopen verbrandt je nogal veel, zeggen ze. Dus was er vooraf een zg pasta party. Alle 1000 renners aten pasta en vlees, paddenstoelen en courgettes (carbo’s en koolhydraten…) en om 9 uur sliep iedereen. Behalve twee copulerende leeuwen aan de andere kant van het riviertje.

Om 5 uur werd ik wakker en het was zo verdomd koud. De zon kwam heel langzaam op schemerde tussen de fever trees door (geen idee hoe die in het NL heten). In de ochtendkou deden de Keniaanse Atleten een warming up, dat zag er uit als een complete marathon inclusief sprints en hoge Masaai sprongen.
Voor de provisorische WC’s ontstonden lange rijen en die geur vermengde zich met koffie en lotionnen. Iedereen heeft zo zijn eigen rituelen en het mijne was vooral mij verbaasd afvragen wat ik aan het doen was en waarom dit ook alweer leuk was. Ik werd knars en knorrig en in de twee uur tussen wakker worden en de start verveelde ik me.

en 1000 runners op dezelfde plek een paar uur later
Om 7 uur mochten de kinderen beginnen aan hun 5 km en om 7.15 ging er onceremonieel een touwtje omlaag en sprintte de atleten weg. Wij domme burgers moesten wachten totdat de langzame sliert mensen zich in beweging zette. Pas bij het eerste waterpunt, na 2,5 kilometer, kon ik een beetje in mijn eigen tempo lopen.
Anders dan bij de trainingsrondjes moest ik ineens op gaan letten waar ik mijn voeten ging neerzetten om te voorkomen dat ik anderen op de hielen trad en had ik meteen na de start last van wandelaars die de weg blokkeerden.
Ik rende en trok me zo weinig mogelijk van anderen aan. Heuvel op bergje af, over de gele vlakte met her en der een boom. In een lange sliert achter andere idioten aan. Mijn telefoon vertelde mij hoe lang ik liep en hoe hard ik liep en dat was treurig. Na 6 kilometer begon ik een beetje in een ritme te komen en toen kwam ook die lange helling. Iedere 2,5 kilometer was er een waterpunt met sinaasappeltjes, water en energiedrankjes en het is lastig drinken als je rent dus werd het een kledderige plakkerige rotzooi.

heel vroege warming up
Bij 16 kilometer was het veld redelijk uitgedund, de wandelaars had ik achter me gelaten en tot mij verbazing werd ik nog wel eens ingehaald door iemand die heel snel met grote passen rende en vroeg me dan af wat daarmee gebeurd was. Wat had hij de afgelopen anderhalf uur gedaan? Technisch is dat eigenlijk alleen mogelijk als je veel later gestart bent, dus misschien kwam dat wel door de lange rij bij de wc. (op zich is het wel geestig dat er langs het parcours weinig bomen staan, en als er dan een was stonden daar bijna altijd mannen te pissen).
Die helling waar iedereen me voor gewaarschuwd had viel wel mee. Hij was lang en vooral saai. Bovenaan die helling stond en groepje mensen de renners moed toe te schreeuwen. Het is nogal vreemd, maar zelfs ik vond dat gezellig. Achter deze supporters stond een auto en tegen de vooruit aan zat een mijnheer een boek te lezen, in de ochtendzon met een kopje thee. Ineens kwam er een golf van enthousiasme over me heen: “Ja, lekker een boek lezen, dat zou nu toch leuk zijn… “ Daardoor was ik me er van overtuigd dat ik mij aan het vervelen was. Ik kon niet echt versnellen, de pezen in mijn knieën leken van hout geworden. Kilometers lang dezelfde beweging maken is volgens mij ook niet gezond. (later gecheckt bij Medicus Steven hier; die zei: soms een halve marathon is geen probleem, wekelijks een volle is inderdaad niet erg gezond).
6 km
Het laatste platte stuk was zwaar, vooral ook omdat die mensen die voor mij uit liepen van het harde zand een zacht stuifsel hadden gemakt, er was stof en het begon, zo rond 9 uur ’s morgens warm te worden.
Het leuke van die laatste kilometers was dat ik weer meer mensen in ging halen. De mensen die niet goed berekend hadden hoeveel energie ze hadden en de verdeling verkeerd hadden ingeschat. Het demotiverende was dat ik in dat laatste stuk ingehaald werd door de professionele renners die een volle marathon liepen. 2x hetzelfde rondje en dus ruim 2x zo snel als ik.
Ik had van tevoren berekend dat ik ongeveer 2 en een half uur over dit tripje zou doen. Om precies 2:30:05 rende ik onder de klok door.

16 km
En toen was het klaar en ik verwachtte een enorme explosie van tevredenheid en zelfgenoegzaamheid door de volop kolkende endorfine die mij beloofd was. Ik pakte een medaille van een stapel, lette op dat ik goed in de boeken werd genoteerd en ging op zoek naar de Kenyan Athletes omdat ik wilde weten of ze de streeftijd gehaald hadden en dus komende maand op de marathon in Gent mogen lopen. Meisje S stond me op te wachten en zij was heel blij met haar tijd (2:10). We rekten en strekten wat, omdat dat hoort en wandelden naar onze tent en knepen elkaar in de kuiten terwijl we narilden in de zon. Eigenlijk was niemand heel opgetogen of blij. Alleen Tom want die had onder de 2 uur gelopen. De Kenianen waren somber. De ene had 1:07 gedaan de ander 1:09. Dat ik dat geweldige tijden vond maakte geen bal uit. Eigenlijk was er een beetje een vreemde sfeer, kil en stil.
We begonnen de spullen in te pakken om we te gaan toen Mike een telefoontje kreeg. Het bleek dat we allemaal individueel redelijk gelopen hadden, maar het Space for Giants team had een van de prijzen gewonnen. (wat wil je, met 4 profs in de gelederen). Ineens werden de Kenianen weer wakker en repten zich naar de prijsuitreikingen, hoewel er nog steeds lopers binnen kwamen werd de buit al verdeeld.
Het bleek niet brons of zilver voor de Giants, maar goud en dus gingen de Kenianen er vandoor met een pak geld en 10 telefoons. De hele weg het lange terrein af stonden ‘onze’ Kenianen op het dak van de auto en riepen uitgelaten tegen de massa’s: “Go away, step aside, we are the champions… the winning team is greeting you!” Met hun zakken volg geld en hun nek vol medailles waren ze de vrolijke helden geworden en ze gedroegen zich er naar.

Op de weg terug naar Nairobi sliepen we in Nanyuki, hadden een lunch bij de Space for Giants en feestten in een postkoloniale jeugdsoos waar iedereen ongezellig strak stond van de pillen. S, Mike en ik trokken ons terug voor onze tent met een dikke bloody Mary en lulden voor het eerst in 48 uur niet over rennen.

Ik beloofde plechtig dat ik volgend jaar weer mee zal lopen.
Misschien is dat toch een klein vleugje endorfine geweest.

zondag 28 augustus 2011

het regent in kampala


Het regent in Kampala en het ziet er niet naar uit dat het een prettige zondag gaat worden. Gisteren ben ik een beetje lafjes uitgegaan en lag om een uur of 5 in bed. Vandaag regent het ook in mijn hoofd. Hoe oud zou ik moeten worden om te bedenken dat dit soort nachten boven mijn macht zijn?
Ugandezen hebben de naam nogal goed te zijn in uitgaan en feestjes maken. Die reputatie hebben ze gisteren waar gemaakt. Het was erg leuk en gezellig en in de grote ontdekkingstocht door een nieuwe stad heb ik weer terrein gewonnen.

In de afgelopen maanden ben ik nogal stil geweest. Van verschillende kanten kreeg ik verzoeken om meer blogjes te schrijven en dat siert natuurlijk. Maar hoe langer ik niet schreef, hoe meer ik terug-in-de-tijd zou moeten schrijven en steeds meer bedacht ik mij dat ik daar geen zin in heb. Een blog als dit is geen dagboek, het zijn geen brieven, het zijn flarden.
Een als er een paar maanden geen flarden neerdwarrelen, dan wil dat niet zeggen dat er niets gebeurt (in tegendeel).

Vanaf april draait ons programma in Kenia als een zonnetje. Het team daar is iedereen dag weer op pad om een fraaie uitzending te maken, het enthousiasme en de lol spatten er van af. Tanja Lubbers heeft er in de afgelopen maanden er voor gezorgd dat ook in Tanzania de spirit weer terug is. Die jongens daar hebben nu meer dan een jaar lang iedere dag een uitzending in elkaar geschroefd en die zaten er, om in sporttermen te spreken, behoorlijk doorheen. Het maken van dergelijke programma’s is ook een morele topsport. Iedere dag een show maken van een half uur is vrij veel werk. Maar er ook nog eens voor zorgen dat iedere dag de show weer beter was dan die van gisteren is een morele inspanning. De teams die wij hebben zijn niet zo groot, eigenlijk precies genoeg om de werklast aan te kunnen en als er dan iemand ziek wordt komt dat meteen op de schouders van de anderen in het team terecht en dan is de ketting reactie een logisch gevolg. Tanja heeft dat proces in een paar maanden omgedraaid en iedereen gaat nu weer fluitend naar zijn werk. Ze heeft een paar maanden keihard gewerkt en het is zo jammer dat ze verliefd werd op een Sri Lankaan en dat ze ook nog besloot daar gehoor aan te geven. Haar vertrek is een aderlating! Salaam!

In de laatste maanden was ik voornamelijk in Kenia en het werk werd steeds meer door de crew daar overgenomen. In mei en juni was ik iedere dag hands-on bezig met het maken van een programma, langzamerhand werd dat steeds meer gedaan door die jongens daar. Mijn werk verschoof naar het management en steeds meer naar het micromanagement. Kleine dingen regelen, en zorgen dat het geld niet met bakken de deur uit gaat.
Ondertussen was ik voorbereidingen aan het treffen voor het opzetten van ditzelfde programma in Uganda. (officieel heet het Oeganda in het Nederlands maar dat zie er zo lelijk uit, net als Doebai en Oesbekistan, het is fout, maar ik doe er niet aan mee.)
Doordat ik het al eens in Kenia gedaan heb ging en gaat het nu een stuk makkelijker, maar de waarheid is toch altijd weerbarstiger. Ik heb op papier 10 draaiboeken gemaakt die eigenlijk meteen de prullenbak in konden. In mijn hoofd zit een lange actielijst. De hele tijd probeerde ik druk op de pedalen te houden en er voor te zorgen dat er iedere dag stapjes gezet werden in de goede richting. Maar pas vanaf het moment dat we weten dat er een eerste uitzending in het schema van de omroep gepland staat is het voor het eggie.
Vanaf dat moment durfde ik echt een crew aan te nemen, durfde ik contracten met mensen te sluiten en zit er echte druk achter. We moeten op de pit!
Vanaf 1 september is iedereen in dienst en op 30 augustus heb ik een kennismaking meeting belegd met de nieuwe crew. Volgens mij is het een heel leuk team, maar dat zal pas blijken als we echt draaien. Op 12 september hebben we de eerste uitzending. De twee researchers zijn inmiddels aan de slag om te helpen de boel op te bouwen. Een van hen parkeerde gisteren de nieuwe bedrijfswagen in een bloemenbed; hij mag nooit meer rijden en de ander is een lispelende dame die ineens alles geregeld had, die schema’s gemaakt had en die mij aan mijn afspraken ging herinneren. Leuke en minder leuke verrassingen.

Ons kantoor hier is een fijne kleine villa in een rustige buurt van de stad. Fraai gemillimeterd gazonnetje (de houseboy annex tuinman heeft weinig te doen en iedere dag ratelt hij met zijn nieuwe grasmaaier door het beeld) en vrolijke kleurtjes op de muren. Op het parkeerterreintje wordt deze dagen een kooi gebouwd waar we onze minibus in kunnen parkeren. Wij willen liever dat dat ding niet heel erg in zicht is en we zijn een beetje bang dat iemand hem onklaar wil maken. Dus dan maar achter slot en grendel. Ik heb geen idee of dat echt werkt, maar we kunnen niet veel meer doen.

Gisteren en vandaag hebben we de muziek voor de leader opgenomen.
Mijnheer Navio is een enorme held in dit land, hij is een van de hipste rappers en is smooth. Zijn goede vriend MC Dan is een schooier. Voor de bespreking kwamen ze naar het kantoor hier. Deze mijnheren kwam in een heel lange limo met een deur of 8. Het lullige was dat die auto wel veel opzien baart, maar dat ze hem zelf reden en beide op de voorbank zaten. Les 1 in limo-isme; zorg dat je een chauffeur hebt en ga achterin zitten nuffen. Ze kwamen aan, de houseboy gooide het hek open. Ze stuurden die auto de bocht door om binnen te rijden, dat lukte niet in een keer, een beetje heen en weer steken eindelijk konden ze naar binnen rijden. Maar daar waren de lassers bezig de autokooi in elkaar te zetten en die limo kon er niet meer bij. Dus moesten ze weer achteruit om hem dan toch maar op straat te zetten.
Ik zat achter mijn buro te bellen en bekeek de dingen halfig door een raam. Na 5 minuten waren ze nog niet binnen en ik vroeg aan de house boy waar onze wereldberoemde artiesten gebleven waren; bleek dat ze weer weggereden waren, omdat ze niet binnen konden staan.
Een paar uur later ontmoette ik ze in de studio en er werd met geen woord over gesproken. We hebben een opzet voor de leadermuziek en ik ben er wel blij mee.
Er zijn tientallen van dit soort verhalen; klein leed in verre vreemde landen.
In de eerste weken dat ik hier in Oost Afrika was vielen mij dat soort dingen nog wel op; nu wordt het gewoner en beklijft het minder.

Er zijn zoveel kleine dingen die het leven hier leuk maken. Dat het werk goed gaat is natuurlijk een belangrijke, maar inmiddels ben ik ook naar meer plekken in dit deel van de wereld geweest.
Daan was hier een paar dagen en we kampeerden aan de rand van de Rift vallei en zeilden op de Indische Oceaan, met Stefanie heb ik een hand vol kleine reisjes gemaakt, met Hans en Kees wandelde ik aan de voet van de Mt Kenya en daardoor krijgt deze regio steeds meer profiel.
(overigens; ik heb een olifant gezien; heel erg ver weg en zag nog nooit en leeuw in het wild... dus zo erg ver ben ik niet nog gekomen in het afvinken van het to do lijstje.) Komende maand komt Jeroen V hier heen; we moeten de Kilimanjaro op klimmen. Dat is wel goed voor een vinkje of 5 verwacht ik.

Het is natuurlijk wel de bedoeling dat je je ogen open houdt en de dingen blijft zien. [Afgelopen week zat ik in een vliegtuig naar hier; ik zat op de achterste bank en was kribbig (vliegtuig te laat) en slaperig (laatste vlucht die dag) en ineens viel mij op dat het hele vliegtuig vol met kale mannen zat. Het is handig en modieus om het bolletje kort te houden en dat muntje is duidelijk gevallen. Alle mannen waren tot op de huid geschoren. Het veroorzaakte een klein giebeltje.


De avond valt, ik ga een bedenken wat ik wil eten.
Weg uit het stille kantoor en op weg naar het lelijke hotel.
De komende week wordt pittig. Leuk!