alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

vrijdag 24 december 2010

de achterkant van Facebook

Smack

Bof

*knock out*


Dat facebook een populair communicatiemiddel is is wel bekend. Er zijn alleen een paar zonderlingen en bejaarden die vinden dat het niet nodig is om mee te doen.

Het hele leven ligt ineens in de etalage en soms kom je dingen tegen die je niet wil zien. De dingen dringen zich op. Er zijn overledenen wiens digitale nalatenschap niet wordt opgeruimd (zo’n pagina krijgt dan iets heel illusters) en zijn mensen die je opsporen en heel vriendelijk doen terwijl de herinnering aan hun in alcoholdampen is vervaagd en zijn mensen die wendingen in hun leven aankondigen die als een stomp in je maag aankomen.


Een gesprek is de beste manier van communiceren, soms kan een brief daar overheen. Dat is ook een vorm van gestolde aandacht. Daaronder in de ranking staat een e-mail, het is wel een brief, maar zonder de aandacht van de antieke postzegel, en zonder het karakter van het handschrift. De laffere vorm daarvoor is een sms. (“Ik zal het nooit meer doen en hou van je...” ) De nederigste vorm van communicatie is facebook, het is het in het donker schreeuwen van een bericht. Je weet niet wie het hoort, je weet niet wie het oppikt. Het open domein is de etalage van de ziel.


De vraag is dan of zo’n ‘au’ bericht een persoonlijke gerichte pijl is, of dat het een schot hagel was dat toevallig doel trof. Ik denk dat het internet een groot hagelkanon is, met zo af en toe een kogel met een strikje er om.


Afgelopen week die saaie film over facebook oprichter Zuckerberg gezien, alle berichten gelezen waarom hij Time’s man of the year werd en misselijk geworden over de berichten van the new lover op dit medium. Het beeld begint te kantelen. Van een onmisbaar en een ‘normaal’ communicatiemiddel, zeker als je ver weg bent, wordt het ineens een opdringerig, tegen je been aanrijdend hondje. Het brengt de wereld dichterbij, ook ongevraagd.

woensdag 22 december 2010

mooie foto


Vandaag kreeg ik deze foto opgestuurd. Heb de laatste dagen steeds al zin om in de sneeuw te wandelen. Kan ineens enorm verlangen naar het gedempte geluid in de stad, het knarsen van de sneeuw, naar het bizarre sneeuw licht.
Maar deze foto deed het hem helemaal...
en dat terwijl iedereen in Nederland verlangt naar de zon op mijn terras en de wuivende bomen, de overvliegende neushoornvogels en het planten van bamboe...

maandag 20 december 2010

oma II


Eerder schreef ik dat Berend Quest een langer verhaal van mij bewerkt heeft en in stukken hakte. Hij publiceert nu met gepaste regelmaat de stukken over mijn oma, hoe ze met vriendinnen de oorlog in het Japanse interneringskamp overleefde door recepten te verzinnen.

http://berendquest.nl/2010/12/het-bonbondoosje-van-mijn-oma-ii/

de recepten publiceert hij apart:
http://berendquest.nl/2010/12/lams-en-varkensribben/

woensdag 15 december 2010

Oma

Naast dit blog schijf ik ook wel een verhaaltjes.
Berend Quest is een beroeps blogger, twitteraar en communicator.
Een van de verhaaltjes die ik schreef leken mij te passen bij wat hem interesseert.
Eten, geschiedenis, context met een persoonlijke toets.

Ik stuurde het hem op en hij gaat het nu in door hem bewerkte vorm op zijn blog publiceren.

dit is het eerste deel.

http://berendquest.nl/2010/12/het-bonbondoosje-van-mijn-oma-i/

zondag 12 december 2010

huiselijk geweld III


Vandaag is het zondag, gisteren kwam ik terug uit Tanzania. Precies een week geleden heb ik de bloempotten op het terras hier schoongemaakt, geschoffeld, geraniums gestekt en de bougainvillea gesnoeid, gras uitgetrokken en bemoedigende woordjes gepreveld. Een week later kwam ik terug in die week heeft het geregend heeft de zon geschenen en deed de natuur waar het zo goed in is; groeien en woekeren. een week nadat ik een uurtje aandacht aan die bakken gaf staat er een soort van tuin. dat groene spul explodeert de grond uit... wat een vuurwerk!

huiselijk geweld II

Een leeg huis woont niet lekker en een leeg terras is niet erg uitnodigend.
Kenianen hebben een andere smaak dan ik en de buitenlanders die in Kenia wonen laten zich bedotten.


Ik heb dus meubels laten maken, geheel naar eigen ontwerp en eigen inzicht.
Dat inzicht kwam tot stand door wat ik dacht dat redelijk was op de lelijkheidsschaal en waarvan ik verwachtte dat de heren meubelmakers konden maken. Ik heb mijzelf in mijn voeten geschoten en ik wist van tevoren dat dat zou gebeuren. Ik wilde iets wat niet kon.


Ik tekende op de achterkant van een bierviltje een tafel en zette daar maten bij.
Gewoonlijk worden meubels in dit land van dikke hompen illegaal gekapt tropisch hardhout gemaakt. Op de meubelboulevard hier liggen planken waarvan je de tranen in de ogen schieten, tot ca 80 cm breed, 6/7 centimeter dik teak, en daar worden de lelijkste deurknoppen van gedraaid, of neogotische tafelpoten. En er wordt heel veel afval geproduceerd. Schaafsel, zaagsel en mislukt zaagwerk; het ligt op smeulende bergjes weg te stomen, produceert heel veel rook en smog. Het is smerig en eeuwig zonde.

De prachtige planken worden verzaagd tot van alles,
en alle gebeurt met een franse slag. Als er iets langer nagedacht was hadden die lui allang een zaagbank kunnen kopen (of maken) en daarmee hadden ze heel veel scheef zaagwerk kunnen voorkomen.

De tafel die ik tekende, wilde ik proberen zo elegant mogelijk te maken. Dus zei ik dat ik een dun blad wilde en taps toelopende poten. De timmerman zou een dikke plank in twee dunne planken zagen. Ik besprak met hem de kans op lelijk zaagwerk (want met de hand). Hij verzekerde mij dat het in orde zou komen.Ik vroeg het mij af en gaf toch de opdracht. Er waren een paar andere dingen die ik niet wilde; geen houtlijm, geen vulmiddel om slordig zaagwerk te compenseren en een afwerking graag met het
allerfijnste schuurpapier. Timmerman stond er waterig en ongelovig bij te kijken, maar knikte.

Ik betaalde aan en 5 dagen laten kwam hij de tafel brengen.
Ik werd pissig want het gat voor de parasol was niet met een boor, maar met een beitel gemaakt; het prachtige hout was verkracht, midden op het blad.

De tafel staat hier buiten; het zonnetje schijnt (krachtig), het regent, het waait en ik merkte dat het hout ging werken. Het was heel jong en vochtig hout... nooit gedroogd geweest, springlevend. Ik belde de timmerman; hij zei dat dat het logische
gevolg is als je zo'n dikke plank halveert. Ik zei dat hij geen tafel moet maken als hij van tevoren weet dat die niet goed zal zijn en dat ie gaat kromtrekken, dat hij goed hout moet gebruiken en een beetje eergevoel in zijn werk moet verstoppen. Hij zei dat als ik dunne planken wil, dat het niet aan hem is om te bepalen dat dat niet kan.
Met vriendelijke schouderklopjes kom je er niet, maar iets anders kan ik mij ook niet voorstellen... Hij had zijn geld en ik een kromme tafel, dat was de patstelling. Het enige dat ik kan doen is zelf elke dag het tafelblad omdraaien, en de andere kant op laten kromtrekken.

Gisteren legde ik het blad omgekeerd.
Vannacht regende het.
Ik schrok een paar keer wakker.
Vanmorgen zag ik het resultaat van het geweld van kromtrekkend hout.
Het maakt het geluid van een kleine oorlog.

Straks ga ik naar de tafelmaker, hij is nu nog bezig met 4 stoelen voor me, en voor het ijzeren plaatje voor het parasolgat en ik wil een potje olie hebben om de meubels in te kunnen oliƫn...

Eerst vriendelijk met hem doen, met opdrachten wapperen en dan toch nog eens opperen dat hij die tafel komt repareren...


Zo blijft het een tango of dependency: Ik heb alleen maar invloed op hem zo lang er een volgende opdracht in het vat zit.
Misschien verstaat hij zijn vak toch beter dan ik.