Iedereen is op reis, of geweest.
Weg om met kinderen in zwembaden dingen aan het doen die maar half leuk zijn. Men accepteert dat vakantie er nou eenmaal bij hoort. Elk jaar is het weer een crime om te bepalen wat goed genoeg is voor de kinders en waar de ouders ook best aan hun trekken komen.(Iets met veel wijn).
Mijn overburen zijn gisteren terug gekomen, nu hoor ik ze weer. Ze kreunen en klagen tegen hun hond: "Pietje, foei, Pietje braaf, Pietje kom". Ik had die mensen niet gemist maar bemerk hun aanwezigheid. Ik ben blij dat ik Pietje niet ben. Of hij is drie weken opgesloten geweest in een duur asiel, of moest drie weken mee naar een veel te warme camping en dan constant aan de lijn en nog steeds dat gezeik over Pietje dit en Pietje dat. Ik zou mijn tanden in een kuit zetten als ik Pietje was, of dat spelletje over die zindelijkheid heel erg gaan traineren.
Van vrienden en familie is het bij te houden, zo van 'die zullen zo langzamerhand wel terug komen'. En dan bellen ze omdat ze zo'n fijne tijd hebben, of gehad hebben. Ik gun het ze van harte, maar kamperen vond ik altijd vrij vervelend en drukke campings al helemaal en dat kindergedoe lijkt ook aan mij voorbij te gaan. Maar werk staat bijna stil, er is geen donder te doen. Er zijn veel mensen in de stad en door de zon waande ik mij ook in zomerse omstandigheden. Niemand heeft haast, iedereen heeft een excuus. En ik heb een bootje en een gebrek aan discipline.
Toch kan ik ook jaloers zij op die vakantiegangers met kinderen. 'T is ook wel heel plezierig. De prioriteiten zijn zo lekker duidelijk. De kinderen moeten het leuk hebben en de rest is post puberaal en pre midlife gezeik.
Je weet wat je krijgt, je hoort te zeiken, het zwembad moet tegenvallen en de kampingdisco met die te jonge, maar te geile meisjes is verboden terrein, je weet dat er binnen drie kwartier rijden er een fraai museum, een mooie kapel en een goede kroeg is, maar daar ga je niet naar toe. Je weet dat je vlak in de buurt heel lekker, ver boven het budget, kan gaan eten, en dat stel je nog eens lafjes voor, maar je doet het niet. En glazig kijken naar die BBQ kooltjes is ook wel fijn. Hup lappie er op en de kinderen weer blij. Dat gedoe met alleen een korte broek en een een hemd is eigenlijk wel lekker en dat de buurman dat ook doet is naar. (hij is een lul, een pak karnemelk, een suffe eikel met een transistor, maar je kan er goed biertjes lenen).
Het is comfortably confronting.
Terug in Nederland is het effe wennen. De kinderen hebben er geen probleem mee. die hebben het met hun vriendjes een half uur over de vakantie (huh.. maar vooraf waren ze heel stringent... moeten ze nu dan niet scoren met al die dure uitstapjes die we voor ze planden... nee dus... geef ze een stok een steen en een rivier en ze zijn een hele dag blij).
Doe als je kinderen doen: meteen on line gaan. Desnoods in korte broek met hemd, niemand die het ziet.
Wij bleven achter en deden de normale Nederlandse dingen.
Probeerde werk te vergaren en dagelijks naar de postbus te gaan. Een beetje heen en weer bellen om voeten aan de grond te krijgen. Ik haalde een lekkere dikke klus binnen en was daar blij om, zomerse loomheid. 't is heel nuttig en het bootje lonkte elke dag. Soms blogde ik een stukkie en constateerde dat het aantal mensen dat dat las afnam.
Stukkies niet leuk genoeg?
Nee, iedereen was weg en zat met `ijn eigen pak karnemelk te socializen op een camping.
Ik ben blij dat vrienden en andere followers een geweldige tijd hadden en weer terug komen. Long live modern media, long live rainy days...
Ik hoop vooral dat het aantal lezers van mijn blog nu weer stevig gaat stijgen.
Haak in en lees mij...
De laatste dagen was 't abonimabel.
(een klein traantje wegpinkend)
Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen
woensdag 4 augustus 2010
dinsdag 20 juli 2010
Half vrolijk als de zon schijnt
Vanaf augustus wordt het weer druk, maar nu is het te rustig. Ik bel met collega’s die vergelijkbaar werk doen. Daar is het hetzelfde. Ik bel met opdrachtgevers, die vragen of ik ook in september en oktober tijd heb. Nou, tegen die tijd loopt het allemaal wel vol. Toch zeg ik uit volle borst dat ik beschikbaar ben. Maar dat is dan en nu is het nu en nu heb ik niet genoeg te doen. Dat is irritant en er vormt zich een wolkje boven mijn hoofd. De zon schijnt.

Een verstandig man gaat dan zijn website verbeteren, gaat dan eindelijk die boekhoudkundige dingen oplossen, gaat dan een nieuwe versie van dat ene programma installeren, gaat dan zijn huis schoonmaken en de was strijken, gaat dan al die dingen doen die steeds blijven liggen.
Ik moet naar de zeilmaker, het zeil van mijn bootje was gescheurd en nu weer gerepareerd. Ik fiets door de stad en zie van mijn huis tot aan de Geldersekade heel veel mensen en niemand werkt. Zelfs de meisjes die een vakantiebaantje hebben bij Albert Heijn staan voor de deur een sigaret te roken. De kapitein van de rondvaartboot zit op de kade, das los maar wel met van die gezonde schoenen. Er zijn in oranje gestoken mannen die prullenbakken moeten legen in een elektrisch vrachtwagentje (jip en janneke eat your heart out) zij wandelen naar de bak, kijken er in, halen hun schouders op en lopen weer naar het wagentje. Alles aan hun werk is ‘leuk’ gemaakt; best stoere kleren, een hip karrteje, mooi groene vuilniszakken, i-pod in de oortjes en pak shag in het borstzakje. Het ziet er niet uit als werk. Richting de pont naar Amsterdam Noord is een file van mensen in dunne kleren, ze hebben nieuwe batavussen en andere fietsen waar van alles in, op en aan geïntegreerd is. Het ziet er naar uit dat ze langs de dijk gaan fietsen, het is windstil en het is een mooi tochtje. Brood mee en koffie bij dat leuke tentje. Lekker consumeren. De enige buzz is die van vrije tijd en ijsjes eten.
Mijn zeil breng ik naar mijn bootje, er is geen wind dus zeilen is zinloos en dobberen maakt alleen de wens te gaan werken groter. Onderweg zie ik weer die Batavussen. Ze maken gebruik van de door overheidswege uitgereikte bankjes. Ze doen precies wat de planologen afgelopen jaren bedacht hebben; fietsen, rusten, consumeren, genieten. Dat is goed voor de sociale cohesie. Het hele land is ingericht op makkelijk, lekker, leuk en veilig (fietsers steken over op een plateau waardoor auto’s moeten afremmen, dat plateau is voorzien van een andere kleur asfalt, er staan dikke witte strepen voor en achter, er zijn zebra’s geschilderd en een bundeltje verkeersborden omheen gezet, er is over nagedacht en een plan voor gemaakt... veiligheid is een uitgangspunt ongeacht de hoeveelheid werk en ongeacht de lelijkheid). Nederland is een pretland. En niet alleen voor mensen met een Batavus, ook voor mensen met een auto, een bakfiets, ook voor de vogels en ander beestjes. Ook voor hen zijn er bruggen, tunnels, passages en planologische uitvindingen. De boeren hebben waarschijnlijk al arbeidstijdverkorting aangevraagd en krijgen nu gesubsidieerde hulpjes die de gesponsorde koeien van en naar de wei begeleiden terwijl die beesten zo vol met tags en chips zitten dat ze ook met een afstandsbediening bestuurbaar zijn. Er staat een man op een ladder een kastje te repareren. Zou dat nou de laatste werkende Nederlander zijn of een hobby vogelaar die zijn gedoogde webcam voorziet van een batterij?
Uit nieuwsgierigheid rij ik via Amsterdam Noord naar de stad terug. Ik wil zien of de hangjongeren in de Vogelaarwijk zich ook zo toeleggen op pret. Het is even zoeken voordat ik in een buurt terecht kom die ik best Vogelaarachtig vind. Kleine huisjes, groezelige galerijflats en goedkope auto’s op straat. Het is er oorverdovend stil. Iedereen is met vakantie, is bezig het recht op vrije tijd te vieren. In sommige straten is de oranje voetbalversiering nog niet weggehaald en ondanks de stormen van de afgelopen dagen hangt het er nog (dank zij de geklonken stalen spijkers uit het doe het zelf centrum en de vrijwilliger met korte broek en witte sokken). In een straat is een file van ariola’s geparkeerd. Ik vermoed dat hier alle ziekenfondsgevallen samengebracht zijn in huizen waar de drempels uit weggesloopt zijn. Dan zie ik dat ze vrolijk geschilderd zijn en bij een van de laatste in de rij zijn jongeren aan het klooien met het motortje. Ja, als je zo’n Ariola een tikkie opvoert heb je een overkapte brommer. Het heeft niets te maken met de slecht ter been zijnde ziekenfondsers, maar met goedkope hobbies voor jongen met gladgeschoren haartjes. Ook hier; alles voor de lol in de gemanicuurde parkjes, met de frisse vuilnisbakken, opgeschilderde tuinbankjes en tweekleurig asfalt. Het inkomen is niet hoog, maar voor de randvoorzieningen is gezorgd.
Ik wordt er nurks van en rij naar huis. Ik vraag mij af; waarom zo kribbig? Tuurlijk vind ik dat iedereen plezier mag hebben, tuurlijk is het goed voor de economie als iedereen ijsjes koopt, tuurlijk heeft dat een vorm en een kleur, tuurlijk mag iedereen zijn swing er aan geven.
Het enige waar ik op kan komen is dat het getuigt van zo weinig creativiteit en rebellie als iedereen doet wat de planologen hebben verzonnen, wat de beleidsmaken goed en acceptabel vinden en hoe de marketeers van Batavus en Ola dat beleid invulling hebben gegeven.
Het hele beeld is dichtgemetseld en van ’s morgens tot ’s avonds geregisseerd. Nu ik maar half vrolijk ben denk ik, terwijl ik op de brug sta bij het IJ. Dit is wat wij willen, dit is de visualisatie van de Nederlandse compromis. Hier kan niemand bezwaar tegen maken omdat wij hier allemaal verantwoordelijk voor zijn, er aan mee betalen en er lekker in participeren.
Een verstandig man gaat dan zijn website verbeteren, gaat dan eindelijk die boekhoudkundige dingen oplossen, gaat dan een nieuwe versie van dat ene programma installeren, gaat dan zijn huis schoonmaken en de was strijken, gaat dan al die dingen doen die steeds blijven liggen.

Een verstandig man gaat dan zijn website verbeteren, gaat dan eindelijk die boekhoudkundige dingen oplossen, gaat dan een nieuwe versie van dat ene programma installeren, gaat dan zijn huis schoonmaken en de was strijken, gaat dan al die dingen doen die steeds blijven liggen.
Ik moet naar de zeilmaker, het zeil van mijn bootje was gescheurd en nu weer gerepareerd. Ik fiets door de stad en zie van mijn huis tot aan de Geldersekade heel veel mensen en niemand werkt. Zelfs de meisjes die een vakantiebaantje hebben bij Albert Heijn staan voor de deur een sigaret te roken. De kapitein van de rondvaartboot zit op de kade, das los maar wel met van die gezonde schoenen. Er zijn in oranje gestoken mannen die prullenbakken moeten legen in een elektrisch vrachtwagentje (jip en janneke eat your heart out) zij wandelen naar de bak, kijken er in, halen hun schouders op en lopen weer naar het wagentje. Alles aan hun werk is ‘leuk’ gemaakt; best stoere kleren, een hip karrteje, mooi groene vuilniszakken, i-pod in de oortjes en pak shag in het borstzakje. Het ziet er niet uit als werk. Richting de pont naar Amsterdam Noord is een file van mensen in dunne kleren, ze hebben nieuwe batavussen en andere fietsen waar van alles in, op en aan geïntegreerd is. Het ziet er naar uit dat ze langs de dijk gaan fietsen, het is windstil en het is een mooi tochtje. Brood mee en koffie bij dat leuke tentje. Lekker consumeren. De enige buzz is die van vrije tijd en ijsjes eten.
Mijn zeil breng ik naar mijn bootje, er is geen wind dus zeilen is zinloos en dobberen maakt alleen de wens te gaan werken groter. Onderweg zie ik weer die Batavussen. Ze maken gebruik van de door overheidswege uitgereikte bankjes. Ze doen precies wat de planologen afgelopen jaren bedacht hebben; fietsen, rusten, consumeren, genieten. Dat is goed voor de sociale cohesie. Het hele land is ingericht op makkelijk, lekker, leuk en veilig (fietsers steken over op een plateau waardoor auto’s moeten afremmen, dat plateau is voorzien van een andere kleur asfalt, er staan dikke witte strepen voor en achter, er zijn zebra’s geschilderd en een bundeltje verkeersborden omheen gezet, er is over nagedacht en een plan voor gemaakt... veiligheid is een uitgangspunt ongeacht de hoeveelheid werk en ongeacht de lelijkheid). Nederland is een pretland. En niet alleen voor mensen met een Batavus, ook voor mensen met een auto, een bakfiets, ook voor de vogels en ander beestjes. Ook voor hen zijn er bruggen, tunnels, passages en planologische uitvindingen. De boeren hebben waarschijnlijk al arbeidstijdverkorting aangevraagd en krijgen nu gesubsidieerde hulpjes die de gesponsorde koeien van en naar de wei begeleiden terwijl die beesten zo vol met tags en chips zitten dat ze ook met een afstandsbediening bestuurbaar zijn. Er staat een man op een ladder een kastje te repareren. Zou dat nou de laatste werkende Nederlander zijn of een hobby vogelaar die zijn gedoogde webcam voorziet van een batterij?
Uit nieuwsgierigheid rij ik via Amsterdam Noord naar de stad terug. Ik wil zien of de hangjongeren in de Vogelaarwijk zich ook zo toeleggen op pret. Het is even zoeken voordat ik in een buurt terecht kom die ik best Vogelaarachtig vind. Kleine huisjes, groezelige galerijflats en goedkope auto’s op straat. Het is er oorverdovend stil. Iedereen is met vakantie, is bezig het recht op vrije tijd te vieren. In sommige straten is de oranje voetbalversiering nog niet weggehaald en ondanks de stormen van de afgelopen dagen hangt het er nog (dank zij de geklonken stalen spijkers uit het doe het zelf centrum en de vrijwilliger met korte broek en witte sokken). In een straat is een file van ariola’s geparkeerd. Ik vermoed dat hier alle ziekenfondsgevallen samengebracht zijn in huizen waar de drempels uit weggesloopt zijn. Dan zie ik dat ze vrolijk geschilderd zijn en bij een van de laatste in de rij zijn jongeren aan het klooien met het motortje. Ja, als je zo’n Ariola een tikkie opvoert heb je een overkapte brommer. Het heeft niets te maken met de slecht ter been zijnde ziekenfondsers, maar met goedkope hobbies voor jongen met gladgeschoren haartjes. Ook hier; alles voor de lol in de gemanicuurde parkjes, met de frisse vuilnisbakken, opgeschilderde tuinbankjes en tweekleurig asfalt. Het inkomen is niet hoog, maar voor de randvoorzieningen is gezorgd.
Ik wordt er nurks van en rij naar huis. Ik vraag mij af; waarom zo kribbig? Tuurlijk vind ik dat iedereen plezier mag hebben, tuurlijk is het goed voor de economie als iedereen ijsjes koopt, tuurlijk heeft dat een vorm en een kleur, tuurlijk mag iedereen zijn swing er aan geven.
Het enige waar ik op kan komen is dat het getuigt van zo weinig creativiteit en rebellie als iedereen doet wat de planologen hebben verzonnen, wat de beleidsmaken goed en acceptabel vinden en hoe de marketeers van Batavus en Ola dat beleid invulling hebben gegeven.

Het hele beeld is dichtgemetseld en van ’s morgens tot ’s avonds geregisseerd. Nu ik maar half vrolijk ben denk ik, terwijl ik op de brug sta bij het IJ. Dit is wat wij willen, dit is de visualisatie van de Nederlandse compromis. Hier kan niemand bezwaar tegen maken omdat wij hier allemaal verantwoordelijk voor zijn, er aan mee betalen en er lekker in participeren.
Een verstandig man gaat dan zijn website verbeteren, gaat dan eindelijk die boekhoudkundige dingen oplossen, gaat dan een nieuwe versie van dat ene programma installeren, gaat dan zijn huis schoonmaken en de was strijken, gaat dan al die dingen doen die steeds blijven liggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
