alexandervaleton@gmail.com http://alexandervaleton.tumblr.com/

Pagina's

dinsdag 4 januari 2011

nieuw jaar in Diani

Mijn huis heeft iets van een duiven til, het is hoog boven de stad. Via de gate kom ik binnen, knik naar de portier en ga een lange rij trappen op naar boven en kom dan in mijn eigen geïsoleerde wereld. Zie alleen maar boomtoppen en de bergen in de verte. Het is heerlijk en fijn, maar je kan makkelijk de connectie met de aarde verliezen. J.M. uit NL adviseerde mij mijn computer eens een tijdje uit te zetten en iets te gaan doen. J.M. weet wat goed voor me is, maar het is niet makkelijk altijd haar adviezen op te volgen. Het werd tijd de horizon te verbreden en daar had ze gelijk in.


Dit ‘festive season’, dat we net achter de rug hebben, betekent in dit land dat iedereen als een idioot ergens ander hen gaat rijden, dat alle vluchten vol zitten en dat alle hotels volgeboekt zijn. David, een kennis, heeft een huis aan de kust en nodigde mij uit. Misschien zag hij dat mijn horizon verbreedt moest worden, misschien deed ie het omdat hij wist dat ik toch geen ticket kon krijgen. Hij is een white Kenyan en heeft zo'n familiehuis daar, al 200 jaar. ‘t Leek mij wel geestig, zijn moeder, zijn zus en familie en vrienden en hij en zijn man zouden daar zijn, en zouden nog meer mensen uit Nairobi komen. Dus zette ik er iemand op een ticket te krijgen en die belde na twee uur al op dat er nog één ticket naar Diani was en dat boekte is; toen smsde ik David, en hij berichtte terug dat er wat gedoe was en dat het huis vol was. Ineens vond ik hem minder aardig. Ik ben heel hard aan allemaal touwtjes gaan trekken en uiteindelijk kreeg ik een heel klein, heel heet en heel rabbig hutje onder een boom vlak naast het strand. Het leek me best en kostte geen drol... Maar het was niet zo best want het dak van het huisje was de springplank voor alle apen in de buurt om van het strand de boom in te komen. Binnen in de hut hoorde je alleen een heel harde klaboem en dan daalde het eeuwen oude stof als een zachte regenbui uit het palmbladeren dak neder. Dat begon om ca 3 uur 's nachts en hield op tegen de tijd dat het in het hutje te warm werd, rond 9 uur. Heel geestig; stadse jongen maakt inschattingsfoutje foutje in Afrika.... De apotheose was op 1 januari, na een feestje op het strand tot 5 uur, dansende apen boven mijn hoofd, werd ik op 8 uur gewerkt omdat het om 9 uur check out time was. Ik was nog lichtelijk beneveld en had niet echt een alternatief om verder te slapen. Ik voelde me als een 14 jarige scholier die voor het eerst op tienertoer is en nog niet weet hoe de wereld werkt na een fles aldi huiswijn... dat was geen fijne start van het nieuwe jaar.


Daar op het strand waren de hele week door allemaal feesten en zo variërend van een Michael Jackson contest voor 3 tot 10 jarige (pure kinderporno), tot house parties met Duitse DJ's, met heftige opgeschoten blanken en indiaase jongeren die een soort spring break parties hielden (al die witte Kenianen studeren in Zuid Afrika of Londen en komen dan rond kerst terug om zich te misdragen).


Diani is een stuk strand van ca 10 km lang met prachtig wit zand aan een lauwe blauwe zee. Op een paar honderd meter uit de kust is een koraal rif zodat de haaien niet bij het strand kunnen komen, het is ver genoeg weg zodat ze zee niet een zeikerig binnenmeer wordt. Langs dat strand zijn tientallen grote hotels, van chique internationale ketens tot een soort Cubaanse clubs met verkeerde bandjes met Midden-Amerikaanse salsa (terwijl muziek een van de weinige dingen is die niet geïmporteerd hoeft te worden) en met groen kunstgras langs het zwembad... en een paar plekken waar kamers verhuurd worden aan onberekenbare passanten en white trash.

Om middernacht was er een imposant vuurwerk langs de kustlijn... (Ik snap het economische concept nog steeds niet; waarom gaan die all inclusive hotels zich zo te buiten, terwijl het beter is je gasten, als ze eenmaal betaald hebben, weg te sturen. Dan consumeren ze toch minder?)


Daar in Diani ontmoette ik via via een Nederlandse film maakster en cameravrouw die met haar Keniaanse man een ienieminie productiebedrijf heeft en bezig was een film te maken voor een festival dat daar plaatsvond. Met open armen werd ik ontvangen en haakte in bij haar gang en huppelde zo het nieuwe jaar in. Overdag liep ik lange enden over het strand langs alle all inclusive hotels naar de enige tent waar zwervers gewone koffie kunnen drinken en dan kwam ik die gang van Jessi ergens tegen en deed mee in de grote brainstorm van hoe het mogelijk zou zijn voor haar een economische basis te vinden zonder als blanke in de charity hoek geduwd te worden. (Het is echt ziekmakend om te bedenken hoe in dit deel van Afrika iedereen er van uit gaat dat je als buitenlander rijk bent, getalenteerd bent en dat je die kwaliteiten gratis komt afleveren. Dat ze geen ‘dank je’ hoeven te zeggen en er zelfs sloppy mee om kunnen gaan omdat het gratis was, hoe ze kunnen overvragen zonder na te denken wat de echte behoefte is en jou nog het gevoel geven dat zij iets voor jou doen.)


Gelukkig kon ik inhoudelijk een heel klein beetje helpen aan Jessi's productie en kon zij mij een heel fijn appartementje in haar compound leveren, nog steeds voor een zeer vriendelijke prijs, want daar onder die apen was toch niet goed voor de nachtrust...

Wat is het toch fijn om klusjes te hebben, hoe klein dan ook. wat is het toch fijn om omringt te zijn met geestverwanten.


Ik ben inmiddels helemaal opgewarmd van de tropische zon, de liters strand bier, de houseparties met twintigers in strakke lijfjes (“you hair is grey, nice you’re here anyway, yeah happy new year to you, mister”) en de gesprekken met Jessi en haar gang over inhoudelijke, productionele en ontwikkelingszaken in een Keniaanse context... erg prettig. Langzaam leer ik steeds meer over dit vreemde land, langzaam leer ik dat ik niet de enige ben die er geen donder van begrijpt (waarom doen ze niet wat ze zeggen.....?) De reviaanse man van Jessi was geen uitzondering, ook hij verbaast zich dagelijks over de gang van zaken. Heel bemoedigend.


Van Diani beach gisteren naar Dar es Salaam gereisd. Het is hemelsbreed misschien 100 kilometer. De weg werkt niet, de douane werkt niet en dus moet je vliegen. (Of 10 uur in een hobbelbus zitten). Om 5 uur ging ik met een taxi naar Mombasa, om 2 uur was ik op Zanzibar airport en om 4 uur op kantoor. In totaal was het 11 uur reizen voor 100 km... fietsend zou het in Nederlandd sneller zijn.


Op de verschillende vliegvelden las ik kranten en las onder meer dat het familiebedrijf van David, die mij aanvankelijk uitnodigde, een heel zware waarschuwing aan de aandeelhouders had gegeven. De zaken gingen toch niet zo goed als aanvankelijk voorgesteld was. Ik kan mij voorstellen dat ze met de hele familie bij elkaar iets anders te bespreken hadden dan het happy new year te vieren met vage bekenden.


Op kantoor ontdekte ik dat de crew besloten had dat er vandaag geen uitzending van ons dagelijks programma zou zijn omdat ze nog een beetje te veel in de vakantiestemming waren. Ik heb iedereen terug laten komen en ze hebben uit oud materiaal een aflevering in elkaar gezet die om 5.45 uur bij de omroep werd afgeleverd en om 6 uur werd uitgezonden. Ziedend vroeg ik mij af of ik gek was of zij... hoe je het in je hoofd kan halen om te besluiten dat de tv maar een half uurtje op zwart zou moeten... de gotspe!

Heb het gevoel dat ik niet voor niets een hele dag op vliegvelden zat en heb het

gevoel dat het nieuwe jaar echt begonnen is.

Nu nog een weekje in Tanzania. Lekker concreet werken met leuke mensen. Heerlijk.

zaterdag 25 december 2010

terrastuin, vallen en opstaan en de schade


Het verhaal hier onder publiceerde ik nog niet, schreef het al een weekje geleden.


Gisteren en vandaag waren drukke dagen. De voorlopige score: 1 ontslag, 4 blaren, een vies trappenhuis en voor ‘het werk’ moet een aanvraag geschreven worden. Centen binnen halen is belangrijk. Eerder is het gelukt, dus moet het nu ook lukken. Het komt op meer aan dan alleen fijn formuleren.

Afgelopen zondag stond ik op mijn achterbalkon, (niet te verwarren met het voor-terras) en ik keek naar de bouwput achter mijn woonst. Sommige dingen in Kenia gaan tergend langzaam, andere dingen gaan snel. Toen ik hier kwam wonen (4 weken geleden) keek ik uit op een prachtige villa, met een fraaie oude tuin. Ineens was het dak van die villa af en zag je de geweldige ruimte indeling, de muren stonden nog overeind en talloze mannen waren de leidingen aan het strippen en waardevolle dingen aan het slopen. Nog een dag later waren de muren weg en al afgevoerd.

Wat overbleef was rode aarde en een slordige tuin. De grond is hier vrij duur en er zal beslist iets hoogs en rendabels gebouwd worden. “De tuin zal slinken”, bedacht ik mij. Toen werd er een week weinig gedaan (er werd een wc gebouwd en een opzichtershutje) en ik keek uit over de tuin en zag nu planten en bomen staan.

Al een tijd rij ik door deze stad en bedenk mij dat ik gewassen voor mijn terrastuin wil kopen. Het is leuk de tuin in te richten, het is leuk om daarover na te denken en het is niet leuk om geld uit te geven aan nutteloos kruid. Dus dacht ik iets langer dan ik wilde over wat ik wilde.

In Amsterdam zijn een paar huizen die je van de straat kan zien die bomen op het dakterras hebben. Aan de Amstel is er één met kromme dennen, aan de onvolprezen Haquartstraat en zelfs mijn overburen op de Brederodestraat hadden een boom (maar dat was zo’n kerstding die ze na bewezen diensten op het dak hadden gegooid en die ineens was gaan groeien). Een boom op een terras zegt iets over de grootte van het terras, over een soort rijkdom en over langdurigheid. Dat laatste is tegenwoordig niet meer waar omdat je complete bomen naar boven kan laten takelen, maar er is nog zo’n zweem en dat verlekkert.

Het was dus vrij logisch om bomen te willen en ik had geen idee welke. Maar uitkijkend over de tuin beneden bedacht ik mij dat ik eens een praatje met de opzichter zou moeten maken over wat de plannen waren met al dat fraaie groen. Als mijn veronderstelling klopte dan zouden de bomen, planten en struiken van beneden spoedig gerooid worden of op zijn best in handen komen van een tuincentrum zoals die hier langs de weg staan. Als ik mijn boom daar zou kopen dan had een handelaar geld verdiend en had ik meer betaald. Het waren zo van die gedachten.

Maandagochtend om een uur of 7 stond ik te douchen. Mijn badkamer kijkt uit over die bouwput en ik hoorde een merkwaardig geluid. Mannen met grote hakmessen waren bezig de door mij begeerde bomen en struiken om te hakken.

Ik spoedde mij, handdoek om mijn middel, naar het balkon en schreeuwde tegen de heren dat ze even moesten ophouden omdat ik die dingen wel wilde kopen. Geld maakt gelukkig en ze hielden meteen op. Ik had afspraken en wriemelde er nog een kort bezoekje aan de bouwplaats tussen. De vriendelijke man leidde mij rond en ik wees aan wat ik wilde hebben; een frangipane boom, een bottle brush boom, ik wilde graag die stam van die boom die hij net geveld had en een heel Grote Struik met kleine witte blommetjes. Ik maakte een prijs af, inclusief naar boven brengen (5 hoog) en haastte mij naar mijn afspraak, met klei aan mijn zolen. Vriendelijk zwaaiend naar de mannen.

Halverwege de dag werd ik door de mevrouw gebeld die mijn huis schoonmaakt (Dorcas heet ze). Ze vertelde dat er spaken in het wiel gestoken waren. Thuis hoorde ik het verhaal: De man had geen buitenlanders op de bouwplaats mogen toelaten en was onverwijld ontslagen. Op de valreep had wij nog wel de bottlebrush boom en de in stukken gehakte frangipane boven gebracht. Dorcas had hem betaald. Het woei hard en ik zette de fragipanestronken in een emmers water en zette de bottlebrush op de hoek van mijn terras, zekerde hem met touwen en ging weer aan de aanvraag schrijven.

Anderhalf uur later werd ik wakker uit een computercoma en keek rond, maar zag alleen de wortels van de bottlebrusk parmantig over de reling van het terras steken. De boom was weggewaaid, over het hekje en hing nu ondersteboven met de kruin naar beneden. Ondanks die aanvraag moest ik hier wel snel iets aan doen. Met vier mannen die hier op deze compound werken haalden we de boom naar boven. Zwetend en puffend zette ik hem in een windstillere hoek.

Vanmorgen heel vroeg, een uur of 7 ging ik naar de tuincentra in de buurt om een heel grote pot te kopen waar de boom gelukkig in moest worden. Om 8 uur was ik terug met 10 hibiscussen, 2 papaya bomen, een vierkante meter bamboe, 8 potten een een heel grote lelijke witte teil en 2 mannen met wie ik alles naar boven bracht. De witte teil was een substituut voor de heel grote pot. Er zijn blijkbar niet zo veel mensen die hele bomen in potten willen op hun terras.

Om 9 uur begon de werkdag maar er was geen elektriek, ik had de hele operatie best iets minder haastig kunnen doen en besloot dan maar naar de bank te gaan en een printertje gaan kopen (ik heb 2 printers in Nederland).

Tegen de tijd dat ik weer terug was, zonder printer want ik was besluiteloos, en zonder geld want de bank doet er 4 weken over om een account te openen was ik een tikkie kribbig. Thuis merkte ik dat de elektriciteit, en dus het internet het nog steeds niet deden en besloot dan maar plan B uit te gaan voeren. Eerst op de fiets naar een cafe met internet en dan wat zakelijke dingen te gaan doen (we komen maar extreem langzaam op gang hier en in levende lijve verschijnen kan de boel wel eens iets versnellen). Op de weg terug van het internetcafé belde ik de wacht van de compound en hij vertelde dat er weer elektriciteit was, dus repte ik mij naar huis en begon eindelijk het echt constructieve deel van de dag.

Toen ik net een uurtje bezig was ging de stroom er weer af en in een lichte woede liep ik door mijn lege huis op zoek naar iets wat ik kapot kon gooien en op dat moment kwam er een jongen boven. Ik kende hem niet. In slecht engels vertelde hij dat hij op de bouwplaats beneden werkt en dat hij voor de deur stond met een paar dingen die ik gisteren had aangewezen.

De kleine rebel wist natuurlijk dat er met zijn collega gisteren gebeurd was en toch was de aantrekkingskracht van de klare munt te groot geweest. Samen met een paar collega’s hadden ze de stoute schoenen aangedaan en hadden ze met name een heel Grote Struik uit de grond geworsteld, waren er mee de straat door gelopen en hadden aangeklopt. Benden zag ik dat de struik wel heel erg groot was, en vertelde de heren dat ze hem wel naar boven konden brengen, maar dat ik niet helemaal zeker wist of dat wel zou kunnen. Na een uur worstelen met dat loodzware ding was het trappenhuis een puinhoop, waren de muren voorzien van groene (bladeren) en rode (wortels) strepen en stond de beheerder hoofdschuddend te kijken en had ik drie blaren.

De mannen kregen schouderklopjes, glaasjes water en geld en ik zat opgescheept met een heel Grote Struik.

Het was 2 uur en uiteindelijk deed het internet het weer. Rond een uur of zes ben ik planten in potten gaan zetten en ben een beetje met die dingen over het terras gaan slepen. Ondanks de boom, de bamboe, de bananenbomen, de papaja, de frangipane struik en de nieuwe Grote Struik is het terras nog steeds vrij leeg. Morgen moet ik weer een grote witte teil gaan kopen en moet nog iets verzinnen voor de planten die niet in de potten pasten of die nog geen pot hebben.

Ik ben erg benieuwd of de boom en de struik het overleven.

Het is nu 10 uur ’s avonds en ik ben de verloren tijd aan het inhalen en de aanvraag aan het schrijven. Maar ik zit niet erg rustig. Toch bang dat er weer een boom of struik van het terras weg waait.



-------


We zijn nu een week verder.

Mijn buren zijn Indiërs en spelen kerstliedjes, de hele dag al. 'Oh dennenboom' en 'jingle bells' in een opera uitvoering. Sommige dingen in het leven snap ik echt niet.

Inmiddels is de hele boel keihard aan het groeien, verse blaadjes, nieuwe bloemen. Sommige planten hebben het vervoer en het gesol niet overleefd. De hele Grote Struik gaat waarschijnlijk een bladloze toekomst tegemoet. Hij gaat het niet overleven, maar het is te veel werk hem weer naar beneden te krijgen. de bottlebrush heeft al nieuwe bladeren... die haalt het wel... ooit.

Ik heb een mijnheer betaald om het trappenhuis opnieuw te schilderen.


Wat een braaf getut allemaal... ik denk dat ik de volgende keer over de afwas, het schoonmaken en het zilverpoetsen ga schrijven.

vrijdag 24 december 2010

de achterkant van Facebook

Smack

Bof

*knock out*


Dat facebook een populair communicatiemiddel is is wel bekend. Er zijn alleen een paar zonderlingen en bejaarden die vinden dat het niet nodig is om mee te doen.

Het hele leven ligt ineens in de etalage en soms kom je dingen tegen die je niet wil zien. De dingen dringen zich op. Er zijn overledenen wiens digitale nalatenschap niet wordt opgeruimd (zo’n pagina krijgt dan iets heel illusters) en zijn mensen die je opsporen en heel vriendelijk doen terwijl de herinnering aan hun in alcoholdampen is vervaagd en zijn mensen die wendingen in hun leven aankondigen die als een stomp in je maag aankomen.


Een gesprek is de beste manier van communiceren, soms kan een brief daar overheen. Dat is ook een vorm van gestolde aandacht. Daaronder in de ranking staat een e-mail, het is wel een brief, maar zonder de aandacht van de antieke postzegel, en zonder het karakter van het handschrift. De laffere vorm daarvoor is een sms. (“Ik zal het nooit meer doen en hou van je...” ) De nederigste vorm van communicatie is facebook, het is het in het donker schreeuwen van een bericht. Je weet niet wie het hoort, je weet niet wie het oppikt. Het open domein is de etalage van de ziel.


De vraag is dan of zo’n ‘au’ bericht een persoonlijke gerichte pijl is, of dat het een schot hagel was dat toevallig doel trof. Ik denk dat het internet een groot hagelkanon is, met zo af en toe een kogel met een strikje er om.


Afgelopen week die saaie film over facebook oprichter Zuckerberg gezien, alle berichten gelezen waarom hij Time’s man of the year werd en misselijk geworden over de berichten van the new lover op dit medium. Het beeld begint te kantelen. Van een onmisbaar en een ‘normaal’ communicatiemiddel, zeker als je ver weg bent, wordt het ineens een opdringerig, tegen je been aanrijdend hondje. Het brengt de wereld dichterbij, ook ongevraagd.

woensdag 22 december 2010

mooie foto


Vandaag kreeg ik deze foto opgestuurd. Heb de laatste dagen steeds al zin om in de sneeuw te wandelen. Kan ineens enorm verlangen naar het gedempte geluid in de stad, het knarsen van de sneeuw, naar het bizarre sneeuw licht.
Maar deze foto deed het hem helemaal...
en dat terwijl iedereen in Nederland verlangt naar de zon op mijn terras en de wuivende bomen, de overvliegende neushoornvogels en het planten van bamboe...

maandag 20 december 2010

oma II


Eerder schreef ik dat Berend Quest een langer verhaal van mij bewerkt heeft en in stukken hakte. Hij publiceert nu met gepaste regelmaat de stukken over mijn oma, hoe ze met vriendinnen de oorlog in het Japanse interneringskamp overleefde door recepten te verzinnen.

http://berendquest.nl/2010/12/het-bonbondoosje-van-mijn-oma-ii/

de recepten publiceert hij apart:
http://berendquest.nl/2010/12/lams-en-varkensribben/

woensdag 15 december 2010

Oma

Naast dit blog schijf ik ook wel een verhaaltjes.
Berend Quest is een beroeps blogger, twitteraar en communicator.
Een van de verhaaltjes die ik schreef leken mij te passen bij wat hem interesseert.
Eten, geschiedenis, context met een persoonlijke toets.

Ik stuurde het hem op en hij gaat het nu in door hem bewerkte vorm op zijn blog publiceren.

dit is het eerste deel.

http://berendquest.nl/2010/12/het-bonbondoosje-van-mijn-oma-i/